Home

Systema naturae

In 1758 verscheen in Stockholm de 10de druk van Linnaeus' Systema naturae. Het boek wordt algemeen beschouwd als de grondslag van de moderne diersystematiek en -nomenclatuur.

A. 't Hooft
Systema naturae, titelblad

Classificatie

In Systema naturae worden 4400 diersoorten vermeld, ingedeeld in 6 klassen: zoogdieren, vogels, amfibieėn, vissen, insecten en wormen. Linnaeus gaf ieder dier een wetenschappelijke naam die bestond uit twee delen. Het eerste deel is de naam van het geslacht waartoe de soort behoort en het tweede deel is de aanduiding die de soort onderscheidt van de andere soorten die onder hetzelfde geslacht vallen. Deze manier van naamgeven is nog steeds in gebruik.

Linnaeus deelde de mens in bij de zoogdieren. Dit brak met het idee dat de mens een geheel op zichzelf staand wezen is. Wel was de mens volgens Linnaeus ver boven de andere dieren verheven. Linnaeus was er zoals de meeste van zijn tijdgenoten van overtuigd dat God de natuur had geschapen. Door zijn classificatie werd orde in de schepping aangebracht. Een bekende spreuk was dan ook 'God schiep, Linnaeus ordende'. Linnaeus verdeelde de mens in 6 variėteiten, waarbij de Europese mens nogal gunstig afsteekt tegen de bewoners van andere werelddelen. Zo is de Europese mens 'bekwaam tot uitvindingen' en wordt hij 'geregeerd door wetten', waar bijvoorbeeld de Amerikaan wordt 'geregeerd door gewoonte' en de Afrikaan door 'willekeur'.

A. 't Hooft
Systema naturae, binnenpagina.

Microscopie

Linnaeus had nooit zijn systeem kunnen opstellen zonder gebruik te maken van de microscopie, anatomie en de mogelijkheid om over dieren en planten te beschikken. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de eerste druk van Systema naturae in 1735 in Leiden verscheen. Linnaeus verbleef dat jaar in Nederland, en kon profiteren van het hoge peil van microscopie, anatomie en de vele exotische dieren en planten die zich in de Nederlandse naturaliėnkabinetten en tuinen bevonden.