Home

De Linnaeus van Hoffman

Van 1735 tot 1738 verbleef de Zweedse geleerde Carolus Linnaeus (1707-1778) in Nederland. Dit land was in de eerste helft van de 18de eeuw toonaangevend op het gebied van de natuurwetenschappen. Dit was niet in de laatste plaats te danken aan de colleges die Herman Boerhaave aan de Leidse universiteit gaf. Tegelijk was Nederland rijk aan naturaliënverzamelingen en tuinen met exotische planten die door welgestelde particulieren met VOC-contacten werden aangelegd. Door deze Nederlandse verzamelingen te onderzoeken kon Linnaeus zijn gezaghebbende classificaties van de rijken der natuur opstellen.

© Naturalis
Schilderij van Linnaeus door Martinus Hoffman.

In het eerste jaar van zijn verblijf in Nederland kwam Linnaeus in de gelukkige omstandigheid dat de steenrijke VOC-financier GeorgeClifford hem als lijfarts aanstelde. Deze functie liet de jonge geleerde genoeg tijd om Cliffords onovertroffen bibliotheek en levende plantenverzameling te bestuderen. Voor zijn mecenas Clifford liet Linnaeus zich in 1737 ten voeten uit portretteren. De kunstenaar Martinus Hoffman vervaardigde in hetzelfde jaar drie kopieën van het portret, waarvan er nu één in het bezit is van het Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis. Eén hangt in het Museum Boerhaave in Leiden, het derde is in het bezit van de Universiteit van Uppsala in Zweden.

 

Nobele wilde

De kleren die Linnaeus op het portret draagt, getuigen van een expeditie die hem in 1732 in Lapland bracht. Hier verbleef hij temidden van de Saami, het rendierhoudende Lappenvolk uit het hoge noorden van Scandinavië. Als een vroege exponent van de Romantiek kwam Linnaeus tot de overtuiging dat de Lap de "nobele wilde" belichaamde: de nederige natuurmens, nog niet bedorven door de beschaving. Linnaeus trok zijn Lappenpak graag aan wanneer hij over zijn reis door Lapland sprak. Hij zette het zelfs in om het hart van zijn latere echtgenote te veroveren. Maar voordat hij trouwde riep de wetenschap hem voor een driejarig verblijf naar Nederland. Het succes dat hij met zijn excentrieke kleding in het Zweedse Uppsala had geoogst, werd ook in Nederland onverminderd voortgezet.

Zijn tegenwoordige roem dankt Linnaeus aan twee fundamenten die hij onder de moderne biologie legde. Hij was de eerste die een alomvattende classificatie voor de planten- en dierenwereld ontwierp. Daarnaast bracht hij de wetenschappelijke naamgeving van dieren en planten terug tot twee woorden, een geslachtsnaam en een soortaanduiding. Deze nomenclatuur wordt nog steeds algemeen gebruikt.