Home

Willem van Heurn, taxonoom der taxonomen

Wat bepaalt het succes van een museum? Aan de ene kant gaat het om kwantiteiten: het aantal bezoekers, de omvang van de verzameling, het aantal conservatoren, de productie van wetenschappelijke publicaties... stuk voor stuk getallen die bepalen of een museum belangrijk of minder belangrijk wordt gevonden. Aan de andere kant wordt de wetenschappelijke waarde van een museum voor een belangrijk deel bepaald door de kwaliteit van de verzameling. De conservator speelt een belangrijke rol bij de opbouw van die verzameling. In kunstmusea onderhoudt hij de contacten met kunstenaars en bezoekt hij veilingen om de collectie uit te breiden. In natuurhistorische musea zijn de conservatoren vaak verzamelaars. Door hun specialistische kennis zijn zij bij uitstek geschikt om collecties te verrijken. Objecten voor de musea worden verzameld op reizen en expedities. Maar het verzamelen van wetenschappelijk belangrijk materiaal is niet exclusief voorbehouden aan de conservatoren. Ook gespecialiseerde amateurs kunnen een belangrijke collectie bijeenbrengen. Vroeger of later worden zulke collecties vaak in musea opgenomen. Waar bij de opbouw van een kunstcollectie het financiėle vermogen van iemand een belangrijke rol kan spelen, zijn bij collecties van planten, dieren, gesteenten of fossielen juist vakkennis en ondernemingszin doorslaggevend.

A. 't Hooft
Pot met honderden kevers uit de collectie Van Heurn
De taxonoom der taxonomen

Eén van de opvallende verzamelingen van het Nationaal Natuurhistorisch Museum is die van Jonkheer Willem Cornelis van Heurn, door bioloog en publicist Stephen Jay Gould bestempeld als een "taxonomist's taxonomist". Van Heurn (1887-1972) heeft enorme aantallen gewervelde en ongewervelde dieren verzameld op alle plaatsen waar hij heeft gewoond: van Den Haag tot Suriname en van voormalig Nederlands-Indiė tot het Gelderse Wilp. Van Heurn was vooral een opmerkelijk verzamelaar door zijn bijzondere belangstelling voor algemene soorten. Zo heeft hij honderden exemplaren van de mol, en vele duizenden exemplaren van de tuinslak Cepaea nemoralis verzameld. Door zijn grote vaardigheid in het prepareren zijn deze dieren vaak opmerkelijke stukken in de collectie. In het boek 'Finders, keepers. Eight collectors' van Purcell en Gould staat een fraaie foto van een klein deel van de collectie mollen in het Nationaal Natuurhistorisch Museum. Ook de potten met honderden, zo niet duizenden exemplaren met insecten en andere ongewervelden die zijn verzameld door Van Heurn zijn blijvende getuigen van een bijzondere passie voor het vastleggen van de variabiliteit van gewone soorten. In Nederlands-Indiė heeft Van Heurn intensief verzameld in gebieden waar de fauna voorheen nog niet goed was onderzocht. Hij zorgde ervoor dat zijn materiaal door specialisten werd bewerkt. Die ontdekten hieronder niet zelden onbeschreven soorten. Uiteindelijk zijn niet minder dan 38 soorten, ondersoorten en variėteiten naar W.C. van Heurn vernoemd.