Home

Bracon yokahamae

De twee centimer lange Japanse sluipwespBracon yokahamae (H. Dalla Torre, 1898) heeft een legbuis die maar liefst negen keer zo lang is als het eigen lichaam. Onder grote sluipwespen is dit de langste legbuis ter wereld. Alleen de twee tot vier millimeter grote bronswespen (Chalcidoidea -Torymidae) hebben naar verhouding een nog langere legbuis om vanaf de buitenkant van een vijg larven in de vrucht te kunnen bereiken.

A. 't Hooft
Bracon yokahamae

De biologie van de Japanse sluipwesp is nog maar gedeeltelijk bekend. Zo weten wij niet hoe het vrouwtje haar lange legbuis kan manoeuvreren. Het kan zijn dat ze gebruik maakt van bestaande gangen in het hout, zoals bij verwante soorten in Indonesië is waargenomen (Van Achterberg, 1986). Maar volgens Quicke (1989) is dit gezien de bouw van de legbuis bij deze soort minder waarschijnlijk. Het vrouwtje legt ongeveer twintig eieren op een larve van een grote boktor Batocera lineolata (Chevrolat) die diep in het hout leeft. De sluipwespenlarven eten van de boktor tot ze verpoppen.

Opgerolde legbuis

Het Nationaal Natuurhistorisch Museum in Leiden heeft de oudst bekende exemplaren van deze sluipwesp in haar collectie. Ze werden omstreeks 1835 door of voor Von Siebold in Japan verzameld. De legbuis is zo lang dat ze als een kluwen wol opgerold is. Het oorspronklijke Japanse etiket bevat alleen de Japanse naam: "wesp met zeer lange staart." Door ziekte van de conservator kreeg de wesp bij aankomst in Leiden geen naam. Pas in 1877 benoemde F. Smith de soort bij vergissing als Bracon penetrator, een naam die hij al eens eerder had gebruikt voor een andere soort. In 1898 hernoemde Dalla Torre de soort als Bracon yokahamae.

Variaties

De Japanse sluipwesp komt voor in twee vormen: één met donkere achterpoten, de typische vorm in Japan, Korea, en China. De andere vorm, de variatie Bracon yokohamae nigropectus (Cameron, 1910) heeft gele achterpoten en komt voor in India, Laos, en Thailand.