Home

Chalicodoma pluto

In de regenwouden van de Molukken leeft de grootste bij van de wereld: Chalicodoma pluto (Smith, 1860). De vrouwtjes zijn tot bijna vier centimeter lang en hebben een brede kop met grote kaken, als van een vliegend hert. De mannetjes zijn niet groter dan drie centimeter. Tot voor kort waren er slechts twee exemplaren bekend. Het type-exemplaar (Smith, 1860), de wetenschappelijke referentie waarmee de soort werd beschreven, bevindt zich in het Oxford University Museum. Deze werd rond 1850 op Batjan verzameld door de beroemde mede-ontdekker van de evolutietheorie, Alfred Russell Wallace. Het exemplaar dat nu in het Nationaal Natuurhistorisch Museum in Leiden bewaard wordt, komt van het eiland Obi. Het werd in de jaren vijftig privé gekocht door Dr. M.A. Lieftinck voor 75 gulden, toen een meervoudig maandsalaris!

A. 't Hooft
Chalicodoma pluto (Smith, 1860).

Niet uitgestorven

Men vreesde dat de soort was uitgestorven, totdat de Amerikaanse bioloog AdamMesser het dier enige jaren geleden ontdekte in de regenwouden van het Molukse eiland Halmahera. Verder blijkt de bij nog steeds op Batjan voor te komen en misschien ook op het eiland Ternate. Op Halmahera ontdekte Messer dat de vrouwtjes in de papierachtige nesten van boomtermieten nestelen. De bijen graven een horizontale gang met een verticaal stuk aan het einde. De cellen worden vanuit de verticale gang gemaakt. De gangen zijn breed genoeg om twee bijen elkaar te kunnen laten passeren, want de nesten worden regelmatig gedeeld met andere vrouwtjes. De vrouwtjes gebruiken hun grote kaken om hars van gewonde bomen te schrapen tot dat ze een balletje van ongeveer 5 mm hebben. De hars wordt gemengd met stukjes hout en zo als vulstof gebruikt om de cellen te bekleden. De cellen zijn zo duurzaam dat ze worden hergebruikt nadat er eerst een nieuwe laag hars is aangebracht.