Home

Phasmida

Zomaar een dode vlieg in de vensterbank is bepaald geen museumobject. Toch heeft ieder natuurhistorisch museum minstens enige honderden, zo niet tienduizenden vliegen in de collectie. In tegenstelling tot de verdroogde lijkjes in de vensterbank, zijn de vliegen in musea zorgvuldig geprepareerd, zodat alle onderdelen goed kunnen worden bestudeerd. Nog belangrijker is de documentatie bij ieder exemplaar. Insecten zijn vaak aan een speld geprikt. Daar onder zit een etiket waarop vindplaats, verzameldatum en verzamelaar worden vermeld. Op een ander etiket staat de wetenschappelijke naam van de soort. Zo heeft een dode huisvlieg in een museum als het goed is een etiket met daarop: Musca domestica. Op deze wijze kan een geprepareerd insect een eigen leven gaan leiden in de wetenschappelijke literatuur.

A. 't Hooft

A. 't Hooft
Phasma soorten

Oude collecties

In musea wordt ook materiaal uit oude collecties bewaard. De eigenaren van die oude collecties waren vaak vooral ge´nteresseerd in de schoonheid van de objecten. Ze hadden een lade met wandelende takken, met schelpen of met schedels van vogels. Zulke exemplaren werden gewoonlijk van handelaren gekocht en om een vindplaats bekommerde niemand zich. Toch zijn ook dergelijke minder goed beschreven collecties wel gebruikt in wetenschappelijke verhandelingen. Wanneer een soort nog niet eerder was opgemerkt, dan werd zo'n exemplaar getekend. Als in de publicatie ook een beschrijving met de wetenschappelijke naam staat, dan krijgt zo'n exemplaar toch wetenschappelijke waarde, zelfs als het vindplaats-etiket ontbreekt.

A. 't Hooft

Musea weten zich niet altijd even goed raad met slecht beschreven exemplaren. De oude collecties zijn vaak opgesplitst en het is niet altijd duidelijk uit welke vroegere collectie een object zonder etiket afkomstig is. Aangezien het voor de studie van een diergroep belangrijk kan zijn het juiste exemplaar van de oorspronkelijke beschrijving te achterhalen, moeten wetenschappers soms vindingrijk zijn bij het leggen van verbanden tussen de exemplaren en de publicatie.

A. 't Hooft

OngeŰtiketteerde wandelende takken

DÚ specialist van wandelende takken, Dr. Phil Bragg, vermoedde dat de Phasmida -exemplaren die Caspar Stoll in een boek uit 1813 had geschilderd, in de collectie van het Nationaal Natuurhistorisch Museum aanwezig zouden moeten zijn. De reguliere collectie bood geen uitkomst, maar een studie van enkele laden met ongeŰtiketteerde exemplaren had meer succes. Enkele exemplaren met een opvallende, handgemaakte, oude speld werden bijeengezet. Toen die werden vergeleken met de platen in het boek van Stoll, was de overeenkomst soms opmerkelijk. De tekeningen waren duidelijk niet ge´dealiseerd; de dieren waren vrijwel precies zo afgebeeld als zij nu nog in de collectie aanwezig zijn. Ook waren er in de collectie van het museum enkele exemplaren die naast eenzelfde type speld ook een etiket hadden. Met dit onderzoek kon de identiteit van enkele soorten nu eenduidig worden vastgesteld, terwijl ook van andere, eerder benoemde soorten de exemplaren in de collectie en de platen in het boek konden worden gecombineerd.