Home

Cantharellus

Het woord koraal komt van het Griekse woord 'cheirallion' wat 'in de hand hardwordend' betekent. Dit begrip werd door de Grieken gebruikt voor het rode bloedkoraal Corallium rubrum dat in ondiep water van de Middellandse Zee te vinden was. In tegenstelling tot zacht koraal heeft een harde soort als bloedkoraal een skelet. Dat skelet is opgebouwd uit kalk. De poliepen die voedsel vangen, leven boven op hun skelet. Onder water voelen ze zacht en sponzig aan. Maar eenmaal boven water trekken de zachte poliepen zich terug en is alleen nog het harde skelet voelbaar. Eeuwenlang werden koralen als planten beschouwd. Tot in het midden van de 18de eeuw de Franse geleerde Peysonnel ze voor het eerst als dierplanten of Zoophyta beschreef. Linnaeus gebruikte in 1758 voor deze groep de naam Lithophyta. Op dit moment worden de steenkoralen of Scleractinia ingedeeld bij de Coelenterata of holtedieren. Ze zijn daarmee verwant aan de zeeanemonen en de kwallen die dus geen skelet hebben.

© Naturalis 

Cantharellus noumeae Hoeksema & Best, 1987

Cantharellus, een nieuw koraalgeslacht

In 1987 werd door de koralendeskundigen van het Nationaal Natuurhistorisch Museum, Hoeksema & Best, een nieuw koraalgeslacht beschreven onder de naam Cantharellus. Dit kleine koraal is net een versteende cantharel, de bekende paddestoel.

De soort is voor het eerst verzameld in 1972 in de omgeving van Noumea, de hoofdstad van Nieuw-Caledonië. Daarom heeft deze nieuwe soort de naam Cantharellus noumeae Hoeksema & Best, 1987, gekregen. De referentieserie van deze koraal soort is aanwezig in het Nationaal Natuurhistorisch Museum. Later werden ook andere soorten in dit genus geplaatst: Cantharellus doederleini Von Marenzeller, 1907, uit de Rode Zee en Cantharellus jebbi Hoeksema, 1993, gevonden in Papoea Nieuw-Guinea. Ook van deze laatste soort zijn de zogeheten holotypen en paratypen aanwezig in het Nationaal Natuurhistorisch Museum. Het zijn zeldzame solitaire koralen.

Niet vrij-levend

Vaak leven solitaire koralen op zandige rifgronden. De soorten die grote poliepen hebben ontwikkeld, kunnen daar los leven en het voor koralen dodelijke zand of sediment van zich afwerpen met behulp van hun tentakels. Cantharellus heeft kleine poliepen en tentakels. Hij is dan ook niet vrijlevend, maar blijft in volwassen stadium op zijn steel vast zitten op een substraat. Dit is een belangrijk verschil met nauw verwante genera zoals Fungia die in volwassen stadium vrij leven.