Home

Japanse reuzenkrab

Eind 1998 ontving het Nationaal Natuurhistorisch Museum een Japanse reuzenkrab Macrocheira kaempferi (Temminck, 1836) van enorme afmetingen. De krab is een geschenk van de Japanse krabbendeskundige Dr. Odawara aan Prof. Dr. L.B. Holthuis, emeritus conservator van de kreeftachtigen in het museum. Dr. Odawara heeft ook een eigen krabbenmuseum in Tokio. Maar zijn mooiste en grootste krab schonk hij aan het Nationaal Natuurhistorisch Museum. Het rugschild is 35 cm groot en de spanwijdte van de scharen meet meer dan drie meter. Daarmee is dit exemplaar zelfs een van de grootste in zijn soort ter wereld. De krab is ongeveer 30 jaar geleden gevangen en opgezet.

© Naturalis
De Japanse reuzenkrab geschonken door Dr. Odawara.

Slome reuzen

Japanse reuzenkrabben zijn slome dieren die leven op zandige en modderige bodems. Ze komen voor op een diepte van twee- tot driehonderd meter. Plaatselijk zijn ze zo algemeen dat er commercieel op gevist wordt. Maar omdat de smaak niet zo hoog staat aangeschreven, worden ze niet veel gegeten. Ze verdwijnen niet alleen in de keuken, maar worden ook verwerkt tot souvenirs. In het voorjaar trekken de vrouwtjes naar ondiep water om eitjes te leggen. Ze zijn op twintig meter diepte door duikers waargenomen. Aanvankelijk waren ze alleen bekend uit enkele baaien in Japan. Maar niet lang geleden zijn ze ook waargenomen bij Taiwan en langs de Chinese kust.

 

Referentiekrab

De soort werd in 1836 beschreven door de eerste directeur van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie, C.J. Temminck, onder de naam Maja kaempferi. De beschrijving is gebaseerd op exemplaren die Philipp Franz von Siebold vanaf het eiland Dejima naar het museum zond. Deze dieren zijn nog steeds in de collectie aanwezig. Eén van de gigantische mannetjes die Von Siebold naar het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie zond, geldt als het belangrijkste wetenschappelijke referentie-exemplaar.