Home

Coelacanth

De coelacanthLatimeria chalumnae, Smith, 1939 uit de collectie van het Nationaal Natuurhistorisch Museum is gevangen op 1 augustus 1965, op een diepte van honderd meter nabij Shindini, Grande Comore. Het was al het 46ste exemplaar van de coelacanth, maar ťťn van de eerste die terecht kwam in een museum buiten Frankrijk. Het exemplaar heeft een lengte van 162 cm en woog toen het nog vers was 75 kg. Toen het op 17 november 1965 in het museum aankwam was dat voorpaginanieuws voor het Leidsch Dagblad. In 1984 is een afgietsel gemaakt van het dier. Het heeft gediend als mal voor voor een model dat nu over de hele wereld in tentoonstellingen hangt. Het wijkt af van andere exemplaren omdat het aan de bovenkant van de linkerflank schuin achter de eerste rugvin een extra vin heeft die slechts uit ťťn vinstraal bestaat. Dit extra vinnetje is weggelaten in de modellen.

© Naturalis
Coelacanth

De eerste coelacanth

De vondst van het eerste exemplaar van de coelacanth, op 24 december 1938 was wereldnieuws. Van deze groep zogenoemde kwastvinnigen waren alleen fossielen bekend. Men dacht dat de groep reeds in het Krijt, 65 miljoen jaar geleden, was uitgestorven. Daarom werd deze vis beschouwd als een levend fossiel. De nieuwe soort, die beschreven werd door dr. J.L.B Smith uit Grahamstown, Zuid-Afrika, kreeg de naam Latimeria chalumnae. Deze naam is een samenstelling van de naam van de vrouw die hem vond en die hem herkende als iets heel bijzonders, Miss Marjorie Courteney-Latimer, en de plek waar hij gevangen was, de monding van de Zuid-Afrikaanse Chalumna-rivier. Het tweede exemplaar van de soort werd pas 14 jaar later gevonden. Over de spannende zoektocht naar dit dier schreef professor Smith het boek "Old fourlegs". Door de vondst van dit tweede exemplaar werd duidelijk dat het leefgebied van soort de Comoren is, een eilandengroep van vulkanische oorsprong ten noord-westen van Madagaskar.

Lange vislijn

De coelacanth leeft op een diepte van honderd tot vierhonderd meter. Een paar jaar geleden werden meerdere exemplaren gefilmd in hun natuurlijke omgeving. Hierbij bleek dat ze vaak met hun kop naar beneden in het water hangen en zich voortbewegen met roeiende bewegingen van de achterste rugvin en de aarsvin. De coelacanth is een viseter die alleen wordt gevangen door vissers die met een lange lijn werken. Het aantal coelacanthen dat sinds 1938 gevangen is minder dan 200.

Een nieuwe soort

Tot voor kort werd verondersteld dat de Comoren de enige plek ter wereld was waar de coelacanth voorkomt. Maar in de zomer van 1999 werd bekend dat er tienduizend kilometer verderop, op een vismarkt in Manado op Sulawesi, IndonesiŽ, ook exemplaren waren gezien. Deze vissen waren gevangen bij Manado Tua, een vulkanisch eiland voor de kust van Sulawesi. Aanvankelijk dacht men dat het om enkele exemplaren van de Comorenpopulatie ging, die met een zeestroom bij Sulawesi terecht waren gekomen. Later bleek het om een aparte populatie te gaan. Op grond van DNA-onderzoek van het enige beschikbare exemplaar heeft een groep Franse onderzoekers inmiddels vastgesteld dat het om een andere soort gaat.