Home

Marrella splendens

Eigenlijk is Marrella niet meer dan een kleine, platte, zwarte schim. Als je niet beter wist zou je denken dat het slechts potloodstrepen zijn, op een stuk leisteen gezet door een kunstenaar. Dat het op zijn minst de schets van een kunstenaar geweest moet zijn zie je aan de verfijnde tekening en originaliteit van het ontwerp. Toch heeft deze schim ook iets vertrouwds: alsof je het eerder gezien hebt.

A. 't Hooft
          Marrella splendens (Walcott, 1912)

Marrella, de oermoeder

Marrella splendens (Walcott, 1912) is een 2,5 cm lang, gesegmenteerd diertje. Het heeft 24 paar pootjes en kieuwen, die naar achteren toe steeds kleiner worden. Een wigvormig hoofdje draagt twee paar naar achteren gekromde stekels en twee naar voren gerichte antennen. Als je de sierlijke stekels wegdenkt, heb je te maken met een diertje dat met slechts kleine wijzigingen tot de spinnen of de kreeften zou behoren. Ze hebben als het ware vrijwel hetzelfde bouwplan. Marrella moet dus nauw verwant zijn aan de geleedpotigen, waar spinnen en kreeften toe behoren. Je zou Marrella als hun oermoeder kunnen beschouwen.

In goed gezelschap

Als oermoeder met vele nakomelingen is Marrella al bijzonder. Maar naast de kwaliteiten als stamhouder bevind ze zich ook nog eens in goed fossiel gezelschap. Ze is namelijk samen gevonden met andere bijzondere verschijningen als Hallucigenia, Leancholia, Waptia, Sidneyia, Wiwaxia, en zelfs met Pikaia, de voorloper van alle gewervelde dieren. De schilder Jeroen Bosch zou gesmuld hebben van zo'n wonderlijk gevormd gezelschap. Marrella harmonieert goed in het bonte gezelschap van geschubde, geslurfde, gelede of vijfogige dieren.

A. 't Hooft
           Marrella splendens (Walcott, 1912)

Diversiteit vroeger en nu

Er zitten ook vormen bij met een symmetrie die op geen enkele manier meer te rijmen is met diersoorten die we vandaag de dag nog kennen. Het bouwplan van deze dieren is verdwenen. De verscheidenheid aan levensvormen in de tijd van de afzettingen van de leisteen waarin Marrella is gevonden - het Cambrium, 540-500 miljoen jaar geleden - moet dus groter of op z'n minst gelijk geweest zijn aan de tegenwoordige diversiteit. Dit zou dus betekenen dat de diversiteit in basale bouwplannen sinds het Cambrium eerder is afgenomen dan toegenomen. Wat wèl is toegenomen, is de graad van specialisatie binnen de basisgroepen die niet zijn uitgestorven.

Goed bewaard

De eerste Marrella 's die gevonden zijn, leefden in de kustzee ten westen van het oercontinent Laurentia, het huidige Alberta, Canada. Deze fossielen zijn uitzonderlijk goed bewaard gebleven omdat ze met een modderstroom in diepe, zuurstofvrije afzettingen terecht zijn gekomen. Door het ontbreken van zuurstof werden de zachte delen van de dieren niet door bacteriën verteerd. De fossielen zijn daardoor tot in de kleinste details bewaard gebleven. Inmiddels is die modderstroom veranderd in gesteente dat - naar de vindplaats (Burgess Pass in British Columbia, Canada) - "Burgess Shale" wordt genoemd (shale = (klei)schalie, leisteen). Sinds de eerste vondst in Canada zijn overal ter wereld Marrella 's en andere Burgess Shale-soorten gevonden. We weten dan ook dat de fauna van de Burgess Shale geen locale uitzondering was, maar een wereldwijd verschijnsel.