Home

Placenticeras intercalare

Het Nationaal Natuurhistorisch Museum is trots op haar grote ammoniet uit het Krijt van de St. Mary River in Alberta, Canada. De 3 mm dikke schelp is nog geheel intact wat erg bijzonder is voor ammonieten uit deze periode. Hij bestaat namelijk uit aragoniet, dat chemisch gesproken gelijk is aan calciet, CaCO3. Het is echter minder stabiel en lost meestal op in het grondwater of wordt omgezet in het stabielere calciet.

A. 't Hooft
Placenticeras intercalare.

Gewonnen als sieraad

Tijdens de 70 miljoen jaar die het fossiel begraven is geweest, is het aragoniet van kleur veranderd. Het gebruikelijke wit is vervangen door roodbruin met een glans van rood, oranje en zelfs diep blauwe kleuren. Deze komen vooral goed tot hun recht wanneer de schelp wordt gepolijst. De schelpen van de St. Mary River zijn inmiddels ontdekt door bewerkers van edelstenen en juweliers. Geslepen stukken worden als sieraad gebruikt. Het wordt verkocht als ammoliet of koriet. Sinds deze commerciële interesse in ammoliet wordt de groeve bij de St. Mary streng bewaakt. Slechts een enkele ammoniet is sinds die tijd nog door de poort gekomen.

Zwemmende mollusk

Ammonieten waren zwemmende mollusken. Ze zijn verwant aan onder andere de huidige pijlinktvis. De ammonieten behoren tot een klasse der mollusken die ongeveer 65 miljoen jaar geleden uitstierf. De schelpen die langs de St. Mary zijn gevonden, behoren tot het geslacht Placenticeras. Deze naam is een samenstelling van het Latijnse ' placenta ' en het Griekse ' ceras ', dat hoorn betekent. Het roodbruin van de ammoniet deed blijkbaar denken aan de kleur van moederkoek. De schelp heeft de vorm van een afgeplatte schijf met een kleine navel en een scherpe buitenrand. De schelp van ammonieten is verdeeld in een aantal luchtkamers, vergelijkbaar met die van de huidige nautilusschelp. Het dier leefde in de voorste kamer. De met lucht gevulde schelp bevond zich boven het zwemmende dier. De dwarsschotten, of septa, scheidden de luchtkamers die op hun beurt met een kraag verstevigd waren om de druk van het water te kunnen weerstaan. Deze verstevigde schotten worden zichtbaar wanneer de schelp van ammoliet wordt losgehaald.

Roofdieren

Net als pijlinktvissen waren ammonieten roofdieren die in zee leefden. De Placenticeras van de St. Mary leefde ongeveer 70 tot 75 miljoen jaar geleden in een binnenzee die grote delen van het westen van Noord-Amerika bedekte. Placenticeras zou vooral op de bodem van ondiep water hebben geleefd, waar hij zich voedde met kleine dieren zoals garnaaltjes en krabbetjes. Het dier moest de zee delen met gigantische predatoren als de Mosasaurus. Verscheiden exemplaren van Placenticeras zijn gevonden met de sporen van Mosasaurus -tanden er nog op.