Home

Pithecanthropus erectus

Was het een mensaap, een mens of een aapmens? Dat was de vraag die de wetenschap zich stelde toen EugŤne Dubois in 1894 zijn Pithecanthropus erectus aan het publiek presenteerde. Dubois groeide op in een tijd waarin de evolutie ter discussie stond. Hij werd in 1858 in Eysden, Zuid-Limburg geboren. Dat was ťťn jaar voordat Charles Darwin zijn 'On the Origin of Species' publiceerde en twee jaar nadat in het Neandertal een schedelkap met dikke wenkbrauwbogen was gevonden. Hoewel dit Neanderthaler-fossiel er archaÔsch uitzag, werd het toch tot de moderne mens gerekend. Tot 1887 waren er geen aanwijzingen dat ook de mens aan de evolutie had deelgenomen.

©Naturalis
Schedelkapje van Homo erectus

Fossiele puzzel

In 1887 besloot Dubois harde bewijzen op tafel te leggen om aan te tonen dat ook de mens een evolutie had ondergaan. Hij vertrok als officier van gezondheid bij het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger naar Nederlandsch Oost-IndiŽ. De gedachte was dat de mens in de tropen ontstaan zou zijn, daar waar tegenwoordig nog mensapen leven: de chimpansee en gorilla in Afrika, de gibbon en orang-oetan in Zuid-Oost AziŽ. Dubois zocht eerst op Sumatra, om vervolgens op Java te gaan zoeken. In september 1891 vond hij bij Trinil aan de Solorivier eerst een kies die er mensaapachtig uitzag. Dubois dacht dat de kies van een fossiele chimpansee was, die hij Anthropopithecus (mensaap) noemde. De maand daarop vond hij een schedelkapje, waarvan de herseninhoud kleiner was dan van de huidige mens, maar groter dan van de mensapen. Ook deze vondst schreef Dubois toe aan Anthropopithecus. In september 1892 vond hij op dezelfde vindplaats en in dezelfde aardlaag een dijbeen, waaraan duidelijk te zien was dat het had toebehoord aan een rechtopgaand individu. Vanwege dit feit doopte Dubois zijn vondst Antropopithecus erectus. Maar wat bezat Dubois nu eigenlijk?: een kies, een schedeldak dat zich qua herseninhoud tussen de mensapen en de mens in bevond, en een dijbeen waaraan je kon zien dat het individu rechtop had gelopen. Toen Dubois deze optelsom maakte, veranderde hij de naam Anthropopithecus erectus in Pithecanthropus erectus : de rechtopgaande aapmens. Hij publiceerde deze conclusie in 1894.

©Naturalis
Dijbeen van Homo erectus

Huidige kijk op het geslacht Homo

In de loop van de tijd werden er elders in AziŽ en ook in Afrika en Europa vergelijkbare fossielen gevonden. Elk kreeg een eigen naam: Sinanthropus pekinensis, Homo heidelbergensis, etc. Aan het eind van de jaren vijftig van deze eeuw bracht men ze onder in ons geslacht Homo. Bovendien kende men aan alle de soortnaam Homo erectus toe. Homo erectus was een mooie overgangsvorm tussen een vroege aapmens, Australopithecus of Homo habilis, en de recente mens, Homo sapiens. Door vondsten in Afrika, aanvankelijk aangeduid als Homo erectus, kwam men tot de conclusie, dat Afrikaanse vormen verschilden van die uit Zuid-Oost AziŽ. De Afrikaanse vorm met een ouderdom van 1.8 miljoen jaar, kreeg de naam Homo ergaster. Deze wordt gezien als een voorloper van Homo erectus, die een ouderdom van 1 miljoen jaar heeft. Men beschouwt Homo ergaster als een rechtstreekse lijn naar de recente mens, terwijl Homo erectus een doodlopende tak vertegenwoordigd.

Homo en de dierenwereld

Naast het schedelkapje, het dijbeen en de kies verzamelde Dubois ongeveer 40 duizend fossielen van andere dieren, zoals schildpadden, krokodillen, varkens en olifantachtigen. Op grond van deze fossielen krijgen we een beeld van de omgeving waarin de fossiele mens leefde. Dit moet een open vlakte geweest zijn waar een rivier doorheen stroomde, met hier en daar wat bomen.

De museumcollectie

De fossielen die Duboisvond, zijn de zogenoemde syntypen van Homo erectus. Ze gelden als de wetenschappelijke referentie. Naast die wetenschappelijke waarde hebben ze ook een grote emotionele waarde. Het waren de eerste fossielen die aantoonden dat ook de mens aan de evolutie deelneemt. De Duboiscollectie is daarmee ťťn van de beroemdste fossielenverzamelingen ter wereld.