Home

Waarom is seks belangrijk?

In de natuur heeft seks, op enkele uitzonderingen na, uitsluitend te maken met voortplanting. De seksuele voortplanting zorgt voor grotere variatiemogelijkheden van het erfelijk materiaal, en zo voor meer selectiemogelijkheden. Naast seksuele voortplanting komt ook aseksuele (ongeslachtelijke) voortplanting veel voor.

Aseksuele voortplanting

De meest eenvoudige vorm van aseksuele voortplanting vinden we bij eencellige organismen. Die delen zich eenvoudig in tweeŽn. Daarbij worden de chromosomen na verdubbeling in identieke helften gesplitst. Deze celdeling heet mitose. Bij meercelligen komt deze celdeling ook voor, maar de nieuwgevormde cellen blijven bijeen en de deling leidt slechts tot groei. Wel kunnen bij meercelligen groepjes cellen zich via zogenoemde knopvorming afscheiden en een nieuw individu vormen (bijvoorbeeld holtedieren). Bij hoger ontwikkelde dieren kunnen aseksuele en seksuele voortplanting naast elkaar voorkomen. Zo wisselen bij bladluizen seksuele en aseksuele generaties elkaar af. Planten kunnen zich vaak door uitlopers aseksueel vermenigvuldigen, terwijl ze zich daarnaast door middel van bloemen ook seksueel voortplanten. Het resultaat van al deze vormen van aseksuele voortplanting is dat alle nakomelingen genetisch identiek zijn aan hun ouders en aan elkaar. Verschillen kunnen slechts ontstaan door een mutatie of recombinatie van genen tijdens het celdelingsproces.

Seksuele voortplanting

Chromosomen komen in paren voor. Bij seksuele voortplanting worden de chromosomen bij de vorming van de geslachtscellen niet gesplitst. Alleen de paren worden uiteen getrokken, zodat elke geslachtscel (spermacel of eicel) slechts ťťn set heeft. Deze celdeling heet meiose. Bij de bevruchting wordt de helft van het genetische materiaal van de vader met de helft van het genetische materiaal van de moeder samengevoegd. Zo ontstaat de normale dubbele set chromosomen weer. Meiose leidt tot nieuwe combinaties van genetisch materiaal, waardoor er een grote variatie in stand blijft. Natuurlijke selectie heeft bij seksuele voortplanting daarom meer keus.

Meer dan natuurlijke selectie

Natuurlijke selectie is een extern proces. Het overkomt de organismen. Ze kunnen er zelf weinig aan doen. Als de generaties elkaar snel opvolgen, zoals bij bacteriŽn, kunnen de organismen zich snel aanpassen aan veranderende omstandigheden. Maar met aseksuele voortplanting kunnen ze zelf niet kiezen. Seksuele voortplanting biedt, afgezien van een ruimere keus voor de selectie, het voordeel dat de organismen zelf kunnen selecteren op bepaalde kenmerken. Vrouwtjes kunnen sterke mannetjes kiezen voor een gezond nageslacht, mannetjes kunnen zorgzame vrouwtjes kiezen of cryptisch gekleurde vrouwtjes die niet opvallen op het nest. Het kiezen van de juiste partner kan onder veranderende omstandigheden leiden tot een relatief snelle aanpassing en een optimaal voortplantingsresultaat.