Home

Hoe ontstaan nieuwe soorten?

Wetenschappelijk gezien is een soort een verzameling individuen die zich onderling kunnen voortplanten. Individuen van verschillende soorten kunnen dat niet. De vraag naar het ontstaan van nieuwe soorten is dus een vraag naar het ontstaan van voortplantingsbarrières.

Variatie in erfelijke eigenschappen

Tijdens de vorming van de geslachtscellen kunnen kleine afwijkingen (mutaties) optreden in de erfelijke eigenschappen. Deze worden, als ze tenminste niet tot de dood van de zich ontwikkelende vrucht leiden, doorgegeven aan de volgende generatie. Hierdoor en door een herrangschikking van erfelijk materiaal tijdens de bevruchting zijn geen twee individuen identiek in hun erfelijke eigenschappen (behalve ééneiige tweelingen). In een populatie is echter een vrije uitwisseling van erfelijk materiaal mogelijk, omdat in principe elk mannetje met elk vrouwtje kan paren. Daarom vertonen de individuen van een populatie toch een grote mate van overeenkomst.

Ruimtelijke isolatie

Verschillende populaties van één soort leven min of meer gescheiden van elkaar, anders zouden we ze niet als aparte populaties onderscheiden. Veranderingen in de erfelijke eigenschappen kunnen zich daardoor niet verder verspreiden dan de populatie waarin ze optreden. Ook zonder selectie gaan populaties er door deze ongerichte wijzigingen in de erfelijke eigenschappen (genetic drift) uiteindelijk verschillend uitzien.

Selectie

Door erfelijke verschillen zijn niet alle individuen in een populatie even goed aan de heersende omstandigheden aangepast. Hierdoor hebben individuen een verschillende overlevingskans en daarmee een verschillende kans om hun eigenschappen aan het nageslacht door te geven. Er vindt dus een selectie plaats, die ertoe leidt dat de populatie als geheel zo goed mogelijk aan de omstandigheden is aangepast. De omstandigheden waaronder de verschillende populaties van één soort leven, zijn nooit geheel identiek. Daardoor worden er in die populaties niet dezelfde varianten geselecteerd. Duurt de scheiding van de populaties heel lang, dan kunnen de populaties zo verschillend geworden zijn dat ze elkaar niet meer als soortgenoten herkennen als ze weer met elkaar in contact komen. Ze kunnen bijvoorbeeld een verschillend baltsgedrag hebben gekregen, andere kleuren, andere zang, enzovoort. Uit die aanvankelijk ene soort zijn dan twee soorten ontstaan.