Home

Classificatie, taxonomie en systematiek

Alle soorten planten en dieren hebben of krijgen een officiŽle naam. Anders kunnen we er niet over communiceren. Het aantal soorten is echter enorm groot. Om het overzicht te behouden is er een systeem nodig waarin soorten in grotere eenheden zijn gegroepeerd. Dit kan op verschillende manieren.

Classificatie en voorspelbaarheid

Een praktische manier van indelen of classificeren is de alfabetische rangschikking, bijvoorbeeld op soortnaam. Denk maar aan een telefoonboek: je kunt er snel iets in opzoeken. Echter, het feit dat meneer Achterop bruine ogen heeft, zegt niets over de kleur van de ogen van meneer Achteraf. Een alfabetische indeling voorspelt niets over de persoonlijke kenmerken. Hetzelfde geldt voor soorten. In een telefoonboek is alfabetiseren de meest praktische toegang tot informatie. In geval van soorten is het veel praktischer om een classificatie te hebben, waarin een soort is ingedeeld bij een bepaalde groep die ons iets vertelt (voorspelt) over hoe de soort er uitziet. Dit maakt het mogelijk de plaats van een soort in een systeem te bepalen, ook al heeft hij nog geen naam. Bovendien kan de beschrijving kort blijven, want de groepskenmerken hoeven we niet bij elke soort van die groep opnieuw te beschrijven.

Natuurlijke en onnatuurlijke systemen

Linnaeus, de grondlegger van de naamgeving van planten en dieren, ging ervan uit dat niet alleen alle soorten als zodanig waren geschapen, maar ook de patronen van overeenkomsten tussen soorten. Niet alleen de soorten waren dus als zodanig geschapen, ook de geslachten (genera), families, en hogere groeperingen. Zijn natuurlijke systeem (Systema Naturae) was dan ook gebaseerd op dit scheppingspatroon. Pas na Linnaeus ontstond het idee dat soorten door evolutie zijn ontstaan, en niet als zodanig geschapen. Sindsdien proberen we soorten te rangschikken naar de mate van verwantschap. Een dergelijke rangschikking noemen we 'natuurlijk'. We weten nu dat Linnaeus' 'overeenkomsten' niet altijd op verwantschap wijzen. Een rangschikking uitsluitend op overeenkomsten gebaseerd noemen we dan ook 'onnatuurlijk', ook al kan een deel ervan wel natuurlijk zijn.

Verwarrende termen: taxonomie en systematiek

De termen taxonomie en systematiek worden nogal eens door elkaar gebruikt, hoewel ze toch enigszins verschillende zaken aanduiden. Strikt genomen is taxonomie de bezigheid (en het resultaat) van het beschrijven, benoemen en in een classificatie onderbrengen van taxa (soorten, genera en hogere groeperingen; enkelvoud: taxon), ongeacht of de indeling natuurlijk of onnatuurlijk is. De opkomst van de computer maakte het mogelijk de overeenkomsten tussen soorten in grote aantallen kenmerken te laten uitrekenen. Deze tak wordt numerieke taxonomie genoemd. Systematiek bestrijkt een groter terrein en behelst naast het classificeren ook de studie van de verwantschappen tussen populaties, soorten en hogere taxa. De studie van de biodiversiteit valt eveneens onder systematiek.

Fylogenetische systematiek en cladistiek

Met fylogenetische systematiek doelen we op de tak van systematiek die verwantschappen en afstamming van soorten reconstrueert volgens de opvatting dat, in tegenstelling tot de numerieke taxonomie, niet alle kenmerken evenveel zeggen over verwantschappen. Een verwantschapsanalyse geeft als resultaat een stamboom of fylogenie. Deze geeft aan hoe soorten met elkaar verwant zijn. Een tak van een stamboom wordt ook wel clade genoemd en hierom de fylogenetische systematiek ook wel cladisme of cladistiek. Omdat het gebruik van deze term te veel nadruk legt op de takken van de stamboom en te weinig op de veranderende kenmerken in het vertakkingsschema, is de term wat minder in zwang dan fylogenetische systematiek.