Home

Continental drift

De theorie van het drijven van de continenten speelt een centrale rol in de geologie.

Wat Darwin is voor de evolutie-theorie, is Wegener voor de continental drift.

In 1492 ontdekte Columbus Amerika. Langzamerhand werd de omtrek van deze nieuwe wereld in kaart gebracht. Aan de hand hiervan merkte de Engelsman Sir Francis Bacon in 1620 op dat er iets raars was met de kustlijn van Zuid-Amerika. De oostkust van dat continent vertoonde sterke gelijkenis met de westkust van Afrika. De continenten leken als puzzelstukjes in elkaar te passen. Pas in de 19de eeuw kreeg die opmerking van Bacon vervolg. De Duitser Von Humboldt stelde dat water in de loop der tijd de Atlantische Oceaan tussen Afrika en Zuid-Amerika had uitgeschuurd. In 1858 publiceerde Snider-Pelligrini een kaart, waarin hij liet zien hoe de continenten ooit met elkaar waren verbonden. Hij stelde dat de zondvloed verantwoordelijk voor het ontstaan van de zeeŽn tussen de continenten was geweest.

Gondwana en LauraziŽ

Aan het eind van de vorige eeuw stelde de Oostenrijkse geoloog Suess dat in het MesozoÔcum de noordelijke continenten (Noord-Amerika en EuraziŽ) samen ťťn groot continent vormden, LauraziŽ. De zuidelijke continenten vormden volgens Suess Gondwana.

De supercontinenten LauraziŽ en Gondwana komen we vandaag de dag regelmatig tegen in de wetenschappelijke literatuur. In de tijd van Suess waren er echter weinig wetenschappers die hem geloofden. Dat kwam doordat meeste geologen toen dachten, dat de aarde langzaam afkoelde en daardoor kromp. Gebergten ontstonden volgens deze theorie op dezelfde wijze als de rimpels op een uitgedroogde appel.†De theorie van de krimpende aarde was niet in overeenstemming te brengen met de supercontinenten van Suess. Je zou immers verwachten dat, als er steeds minder plaats is op het aardoppervlak, continenten tegen elkaar aan kwamen te liggen, en zeker niet uit elkaar dreven.

Wegener

Alfred Wegener werd in 1880 in Berlijn geboren. Hij ontwikkelde een brede interesse in sterrenkunde, weerkunde en geografie. Toen hij op 29-jarige leeftijd hoorde over de theorie van de schuivende continenten, ging hij op zoek naar argumenten die deze theorie onderbouwden.

Hij wees erop dat niet alleen de kustlijn van Afrika en Zuid-Amerika overeen kwamen. Als je de twee continenten tegen elkaar aan zou leggen, bleken bergruggen op de twee continent- en precies in elkaars verlengde te liggen.Een ander argument waren de sporen van een oude ijstijd, die terug waren te vinden in zowel India, Zuid-Amerika, Zuid-Afrika als AustraliŽ. Kennelijk lagen die continenten ooit bij elkaar onder ťťn ijskap. Ook de verspreiding van fossielen, zoals van het zoet-waterreptiel Mesosaurus, gebruikte Wegener als argument.

Wegener ging nog verder dan Suess. Hij meende dat alle continenten ooit tot ťťn supercontinent hadden behoord, Pangea.

Geloof en ongeloof

Wegeners boek verscheen in 1912. Zijn indrukwekkende lijst argumenten overtuigde sommige wetenschappers, maar de meesten bleven sceptisch. Weliswaar had Wegener allerlei aanwijzigen, maar hij had geen mechanisme waarmee hij de continenten in beweging kon zetten.In de loop der jaren kwamen er echter steeds meer argumenten voor de theorie.

Zo bleek bijvoorbeeld uit paleomagnetische studies dat de ligging van sommige continenten inderdaad was veranderd. Pas toen men door middel van convectiestromen in de mantel een mechanisme vond waarmee continenten zich konden verplaatsen, werd de theorie van de continental drift volledig aanvaard.