Home

Wat zijn ammonieten?

Ammonieten behoren met hun opgerolde schelp tot de fraaiste fossielen. Het zijn de resten van een uitgestorven groep inktvissen.

De naam ammoniet is afgeleid van de Egyptische god Ammon, die werd voorgesteld als een ram. De vorm van de fossiele schelp lijkt dan ook op een ramshoorn. In de Middeleeuwen werden ammonieten slangenstenen genoemd. Volgens de legende had de heilige Hilda de slangen die haar plaagden in steen veranderd. Soms werd de overeenkomst met een opgerolde slang versterkt door het fossiel te verfraaien met een uitgehakte slangenkop. Het Engelse plaatsje Whitby in Yorkshire draagt drie van deze ammoniet/slangen in zijn wapen.

Tegenwoordig weten we dat ammonieten de schalen zijn van een uitgestorven groep inktvissen. Net als de recente Nautilus, een tropische inktvis die leeft in het westen van de Stille Oceaan, hadden deze inktvissen een uitwendige schelp. Ammonieten zijn echter meer verwant met de pijlinktvissen. Net als deze dieren hadden ze waarschijnlijk tien armen.

Gidsfossielen van het Mesozo´cum

De oudste ammonieten vinden we in het Devoon (410-360 miljoen jaar geleden). De oudste soorten hebben een min of meer rechte schelp. In de loop van de evolutie zou die schelp steeds verder oprollen. In de Duitse vindplaats HunsrŘck is een aantal prachtig bewaard gebleven fossielen uit het Vroege Devoon gevonden. De inktvissen van deze vindplaats laten zien dat er in die tijd een grote variatie was. Sommige soorten hadden rechte schelpen, bij andere soorten is de schelp helemaal opgerold. Allerlei tussenvormen zijn ook aanwezig.

Bij typische ammonieten is de schelp spiraalvormig opgerold. Vooral in het Krijt ontstaan er veel ontrolde vormen. Er ontstaan dan allerlei merkwaardige schelpen, die weinig op typische ammonieten lijken.

Ammonieten hadden hun bloeitijd in het Mesozo´cum (250-65 miljoen jaar geleden). Ze waren zo talrijk en wijdverspreid, dat de indeling van het Mesozo´cum grotendeels op ammonieten is gebaseerd. Aan het eind van de periode stierf de groep uit.

Levenswijze

Waarschijnlijk konden ammonieten, net als de recente Nautilus, zwemmen. De Nautilus kan drijven doordat er lucht in de kamers van zijn schelp zit. Als er gevaar dreigt, kan hij door hard water weg te spuiten, zich uit de voeten maken. Sommige soorten ammonieten hielden zich dicht bij de bodem op. Daar waren ze op zoek naar allerlei diertjes en leefden mogelijk ook van aas.

In de 19de eeuw ontdekte een Duitse paleontoloog dat in vindplaatsen van ammonieten groepjes van twee soorten waren te onderscheiden. Als ze klein waren was er weinig verschil, maar de volwassen exemplaren verschilden in de vorm van de buitenste windingen. Tegenwoordig denkt men dat het hier helemaal niet om twee soorten gaat. De kleine (microconchen) en grote (macroconchen) schelpen behoren tot dezelfde soort, maar verschillen in geslacht. Waarschijnlijk zijn de microconchen de mannetjes en de macroconchen de vrouwtjes van de soort.

Naturalis en ammonieten

Ammonieten zijn ÚÚn van de fossiele groepen waaraan de wetenschappelijke staf van Naturalis onderzoek doet. Dat onderzoek richt zich de laatste jaren vooral op de ammonieten van het Krijt van Zuid-Spanje. Die ammonieten zijn afkomstig uit gesteentepakketten ten westen van Murcia.

Het wetenschappelijk onderzoek aan grote fossiele ongewervelde dieren geniet de laatste jaren steeds minder belangstelling. Men richt zich meer en meer op het onderzoek aan microfossielen. Tijdens proefboringen voor bijvoorbeeld aardolie komen duizenden microfossielen naar boven. De kans dat men een ammoniet in een boring aantreft is echter zeer klein. Microfossielen lijken dus veel nuttiger. De indeling van het Mesozo´cum is echter oorspronkelijk vastgesteld met behulp ammonieten. Daarom is het juist belangrijk dat we voldoende kennis houden over deze groep.