Home

Kabinet van Jan Swammerdam

De vader van Jan Swammerdam, Jan Jacobszoon Swammerdam, was apotheker in Amsterdam in de eerste helft van de 17e eeuw. Hij bezat een beroemd naturaliŽnkabinet. Zonder dit kabinet zou Jan Swammerdam (1637-1680) wellicht nooit een beroemde geleerde zijn geworden.
Student geneeskunde

De apothekerszaak van de vader van Jan liep goed, gezien het grote naturaliŽnkabinet. Voor mensen die het konden betalen was zo'n verzameling in die tijd geen uitzondering. Maar het kabinet van Jan Jacobszoon Swammerdam moet wel heel fraai zijn geweest. Aanvankelijk wilde deze apotheker dat zijn zoon predikant zou worden, maar later stond hij hem toe zich in de geneeskunde te bekwamen. Vooruitlopend daarop liet hij Jan werken aan zijn verzameling. De leergierige Jan gebruikte alle toen beschikbare boeken om de collectie te ordenen. Ook stroopte hij stad en land af op zoek naar allerlei dieren om nader te bestuderen. Van 1661 tot 1663 studeerde hij in Leiden, daarna enige tijd in Frankrijk en in 1667 promoveerde hij tot doctor in de geneeskunde. Hij had zich intussen een grote naam verworven als ontleedkundige, niet alleen van het menselijk lichaam, maar ook van allerlei dieren, waaronder insecten en wormen.

Bezeten van onderzoek

Jan deed niet anders dan onderzoek. Dag en nacht was hij er mee bezig. Tijd om de kost te verdienen was er dan ook niet. Hij werd door zijn vader onderhouden. Daar was de oude heer het niet erg mee eens. Daar kwam bij dat de gezondheid van Jan niet best was en hij vreselijk tegen een praktijk als geneesheer opzag. Niettemin ging hij onverdroten met zijn onderzoekingen door. Hij ontwikkelde prepareertechnieken voor anatomische preparaten, goot bloedvaten vol met was, zodat ze goed uit te prepareren waren en bewaard konden blijven, ontdekte de ware aard van een breuk en maakte schitterende anatomische tekeningen. Hij was de eerste die ontdekte hoe de vrouwelijke voortplantingsorganen in elkaar zaten. Hij beschreef en illustreerde dit en zond het op naar de Royal Society in Londen (waar ook Leeuwenhoek zijn ontdekkingen heen stuurde). Hij ontdekte ook de eerste celdelingen van het embryo.

Een zeer groot entomoloog

Insecten waren zijn grootste passie. In 1669 verscheen 'Historia Insectorum Generalis, ofte Algemeene Verhandeling van de Bloedeloose Dierkens', het eerste deel. Samen met vergelijkbare werken van de Italianen Redi (1668) en Malpighi (1669) markeerde dit boek het begin van de wetenschappelijke insectenkunde. Het mooiste wat Jan Swammerdam volgens velen heeft geschreven is een grote verhandeling over bijen. Hij ontdekte dat er niet een koning aan het hoofd van een volk stond, maar een koningin. Ook vond hij dat de werksters vrouwtjes waren die zich niet konden voortplanten. Hij geeft minutieuze beschrijvingen van de anatomie van larven, poppen en de verschillende volwassen vormen. Deze verhandeling verscheen in zijn belangrijkste werk, 'Biblia Naturae' (Bijbel van de Natuur), dat pas in 1737, 57 jaar na zijn overlijden en dankzij de bemoeienis van de beroemde geneeskundige Boerhaave, verscheen. Het werd in korte tijd vertaald in het Engels, Duits en Frans.

Een kwakkelende gezondheid

Malaria was toen nog een wijdverbreide ziekte in Holland, vooral in de omgeving van Amsterdam. Waarschijnlijk werden steeds verse parasieten door geÔnfecteerde mensen uit Nederlands IndiŽ meegenomen. Jan had al in zijn jonge jaren malaria opgelopen en deze ziekte teerde hem steeds verder uit. Hij overleed in 1680, op 43-jarige leeftijd. Een zeer beroemd man in zijn tijd en nog steeds geŽerd. Vreemd genoeg is hem, evenals zijn tijdgenoot Antony van Leeuwenhoek, nooit een hoogleraarsplaats aangeboden.