Home

Allerlei soorten

Voor de meeste mensen is een Duitse herder een ander soort hond dan een chihuahua. Voor een bioloog echter behoren die twee dieren tot dezelfde soort. Er is voor het begrip 'soort' dus een verschil tussen spreektaal en vaktaal. Wat bedoelen biologen eigenlijk als ze het hebben over een soort?
Biologische soorten

Een biologische soort is een groep individuen die samen vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen. Om die reden zijn paarden en ezels bijvoorbeeld twee verschillende soorten. Ze lijken veel op elkaar en kunnen zelfs met elkaar worden gekruist. De nakomelingen zijn echter onvruchtbaar. Om diezelfde reden behoren de Duitse herder en de chihuahua wel tot dezelfde soort. Ze kunnen immers samen voor vruchtbare nakomelingen zorgen. Door ons te bemoeien met de partnerkeus van de honden zijn de verschillende rassen ontstaan en worden ze in stand gehouden. Zouden wij niet meer ingrijpen, dan zouden al die rassen versmelten tot een soort doorsneehond, de 'vuilnisbak'.

Een toepassingsprobleem

Hoe bepalen wij of individuen die ver van elkaar leven tot dezelfde soort behoren? We kunnen wel dénken dat een Nederlands huismusmannetje en een Spaans huismusvrouwtje samen een gezinnetje kunnen stichten, maar dat weten we pas zeker als we ze bij elkaar zetten. Het is natuurlijk ondoenlijk om dit voor alle planten en dieren in de praktijk te testen. Daarom gebruiken we een hulpmiddel. We proberen voor iedere soort specifieke kenmerken te vinden. Dat zijn kenmerken die elk individu van een bepaalde soort heeft. Soms zijn die gemakkelijk vast te stellen, zoals de kenmerken van een leeuw of van een tijger. Maar er zijn ook soorten, zoals fitis en tjiftjaf, die sterk op elkaar lijken. Je moet dan erg precies kijken of een hele reeks kleine kenmerken gebruiken. In de praktijk is de biologische soort dus een 'kenmerksoort' of morfospecies. Dit wordt ook wel het morfologische soortbegrip genoemd.

Nog een probleem

Een ander probleem is dat het biologisch soortbegrip slechts opgaat voor soorten die zich geslachtelijk (ofwel seksueel) voortplanten. Ongeslachtelijke (ofwel vegetatieve) voortplanting komt echter veel voor, zowel in het planten- als dierenrijk. Klonen is geen menselijke uitvinding, maar de normale manier van vermeerdering van talloze organismen. Soms gebruiken organismen een combinatie van geslachtelijke en ongeslachtelijke voortplanting. Veel planten kunnen zich bijvoorbeeld zowel door zaad als door uitlopers vermenigvuldigen. Bezitters van een tuin weten dit maar al te goed: je kunt consequent alle bloemen uit zevenblad halen, maar de plant blijft zich via worteluitlopers razendsnel vermeerderen. Soms planten organismen zich uitsluitend ongeslachtelijk voort. Het uitwisselen van erfelijke eigenschappen blijft dan achterwege. Daarom heeft het biologisch soortbegrip hier geen betekenis, maar het morfologisch soortbegrip is natuurlijk uitstekend te hanteren.

Meer begrippen en begripsverwarring

Er is nog een derde probleem met het biologisch soortbegrip, waarvoor geen praktische oplossing bestaat. Soorten komen namelijk niet voor als groepen individuen, maar als lokale populaties die gescheiden van elkaar leven. Zo'n scheiding kan leiden tot verandering in kenmerken. Er zijn gevallen bekend, waarin twee populaties weer bij elkaar zijn gekomen en elkaar nog maar ten dele als soortgenoten herkenden. Dat is bijvoorbeeld het geval met zwarte en bonte kraai. Hun verspreidingsgebieden raken elkaar in Centraal-Europa. Er blijkt een zekere mate van hybridisatie op te treden. Waar in dit geval de soortgrenzen liggen, is moeilijk te zeggen. In verband met deze problematiek zijn er meerdere soortbegrippen bedacht, zoals de evolutionaire soort en de fylogenetische soort. Die hebben echter niet tot meer duidelijkheid geleid, integendeel. Soms lijkt men te vergeten, dat het beschrijven van de situatie belangrijker is dan het kunstmatig plakken van een begrip.