Home

Zoeken

Zoek in 6489 artikelen


    Parthenogenese

    Parthenogenese of maagdelijke geboorte is een verschijnsel dat al heel lang bekend is. Hoewel hij het fijne er nog niet van begreep, beschreef Aristoteles tussen 348 en 322 voor Christus al dat sommige insecten en vissen zich blijkbaar zonder paring voortplanten

    .

    Wat is parthenogenese?

    Bij parthenogenese ontwikkelt de eicel zich zonder bevruchting door een zaadcel tot een volledig individu. Het lijkt wat op klonen, maar in dat geval wordt de kern van de eicel vervangen door de kern van een gewone lichaamscel. Het lijkt ook wat op de vegetatieve voortplanting van vele planten en bepaalde lagere dieren: jonge individuen ontstaan uit gewone lichaamscellen als uitloper van het ouderlijk organisme. Bij beide vormen van ongeslachtelijke voortplanting kunnen in korte tijd grote aantallen identieke individuen ontstaan. Afhankelijk van de wijze waarop de ontwikkeling verloopt onderscheiden we verschillende vormen van parthenogenese. De nakomelingen kunnen bijvoorbeeld de enkele set chromosomen houden die ook in de eicellen aanwezig is, of ze kunnen een dubbele set verkrijgen zoals in de gewone lichaamscellen door versmelting van twee eicelkernen. De nakomelingen kunnen alleen mannelijk of vrouwelijk zijn, of beide, enzovoort.

    Insecten.

    Parthenogenese komt bij vele insecten voor. Iedereen die wel eens de Europese wandelende tak heeft gekweekt, weet dat dit diertje zich zonder tussenkomst van mannetjes kan voortplanten. Bij sommige vlinders komen parthenogenetische stammen voor, zoals bij de zakjesdragers van het geslacht Psyche. Misschien is bij deze laatste van invloed dat de geslachtelijke bevruchting niet eenvoudig verloopt. Het vrouwtje is ongevleugeld en blijft in het omhulsel dat als een zakje (vandaar de naam) de rups tot woning heeft gediend. Het mannetje moet haar in dit zakje bevruchten. Insecten slaan na de paring de zaadcellen op, om ze later gedoseerd toe te laten tot de eicellen. Een bijenkoningin kan besluiten onbevruchte eieren te leggen. Zij doet dit laat in het voorjaar of vroeg in de zomer. Uit die onbevruchte eieren komen uitsluitend mannetjes. Deze hebben een enkele set chromosomen, ze zijn halpoïd. Uit de bevruchte eieren komen werksters of koninginnen.

    Parthenogenese in de slaapkamer

    De snelheid waarmee bladluizen zich op onze kamer- en tuinplanten kunnen vermenigvuldigen, is te danken aan parthenogenese. Bladluizen hebben over het algemeen meerdere generaties per jaar. In het voorjaar komen de nieuwe luizen uit eieren die overwinterd hebben. Deze eerste luizen zijn ongevleugelde vrouwtjes, die bekend staan als stammoeders. Zij planten zich niet alleen parthenogenetisch voort, maar de eieren komen al in het lichaam uit, zodat de vrouwtjes in feite levendbarend zijn. De nakomelingen zijn allemaal vrouwtjes, en reeds bij de geboorte hebben ze ver ontwikkelde eieren in hun ovaria. Dat kweekt dus snel aan. De meeste individuen zijn ongevleugeld, maar enkele hebben vleugels en kunnen andere voedselplanten bereiken, waar ze zich opnieuw razendsnel kunnen vermenigvuldigen. Naarmate het seizoen vordert komen er meer gevleugelde dieren. In de herfst worden er ook mannetjes geboren en na bevruchting worden de wintereieren gelegd.

    Gewervelde dieren

    Bij gewervelde dieren komt ontwikkeling van een eicel tot volwassen individu zonder versmelting met een zaadcel sporadisch en meestal als afwijking voor. Bij zoogdieren leidt het slechts tot een gezwel in de ovaria. Bij reptielen echter is natuurlijke parthenogene wel bekend. Vooral bij hagedissen van het geslacht Lacerta is dit goed onderzocht. Deze ongeslachtelijke voortplanting heeft ongetwijfeld te maken met het succes van hagedissen bij het koloniseren van kleine eilandjes.