Home

Zoeken

Zoek in 6523 artikelen


    Opgraven van fossiele botten een moeilijke klus

    Het opgraven van botten van fossiele zoogdieren of dinosauriërs is vaak een precies werkje. Naast geologenhamer en schop nemen paleontologen dan ook schroevendraaiers, borstels en kwasten mee. En grote hoeveelheden gips.

    Het opgraven van botten van fossiele zoogdieren of dinosauriërs is vaak een precies werkje. Naast geologenhamer en schop nemen paleontologen dan ook schroevendraaiers, borstels en kwasten mee. En grote hoeveelheden gips. In sommige vindplaatsen zijn fossiele botten nog zo stevig, dat we ze gewoon kunnen oprapen. Over het algemeen kan dat echter niet. Soms liggen de botten in een vochtige kleibodem en zijn ze met water doordrenkt. Zwaar gefossiliseerde botten schilferen gemakkelijk of liggen al in brokstukken in de grond. Het opgraven van fossiele botten is dan ook een voorzichtig werkje

    De spade en houweel gebruiken paleontologen alleen om de laag waarin de botten liggen vrij te maken. Daarna wordt de klei beetje bij beetje weggestoken met een schroevendraaier of een groot mes. Als ze eenmaal een bot tegenkomen, wordt voorzichtig de grond er omheen weggehaald. Vaak gebeurt dit met een kwast om het bot niet onnodig te beschadigen.


    Netjes ingepakt

    De grond rond het bot wordt zover afgegraven dat het op een eilandje komt te liggen. Daarna wikkelen we het in natte kranten, zodat we er met gips een kapsel omheen kunnen bouwen. Als het gips droog is, steken we de grond onder het bot weg en bedekken ook de onderkant met gips. Zo is het bot goed ingepakt en kan het in het laboratorium verder worden verstevigd. Dat gebeurt meestal door het bot te impregneren met één of andere lak. Soms zijn botten zo breekbaar, dat ze al in het veld met lak moeten worden verstevigd. Dat was bijvoorbeeld het geval met de vondst van een aantal Romeinse paarden bij Den Haag. Uit dat voorbeeld blijkt tevens dat de conditie van het bot niet afhankelijk is van de ouderdom. Sub-recente fossielen kunnen al bij aanraken verbrokkelen, terwijl botten van miljoenen jaren oud soms in perfecte conditie zijn.

    Een gipsen ei

    Het is niet altijd eenvoudig om je fossielen thuis te krijgen. Zo ontdekten Nederlandse paleontologen in de jaren zeventig in de heuvels van Pakistan een schedel van de olifantachtigeDeinotherium. Nadat het gevaarte in gips was gevat, begonnen de problemen pas echt. Het reusachtige gipsen ei, dat meer dan 100 kilo woog, moest naar het kamp worden gebracht. Eerst balancerend op de rug van een dromedaris en later op de motorkap van een landrover werd de vondst naar het kamp gereden. Uiteindelijk is het fossiel heel aangekomen. De motorkap had de rit echter niet overleefd.

    Een heel ander probleem had een Nederlandse wetenschapper die door de Pakistaanse politie van zijn bed werd gelicht. Iemand had hem met verdachte pakketten bezig gezien. De politie meende een drugssmokkelaar op het spoor te zijn. Alle gipspakketten werden opengebroken, waardoor enige dagen verzamelen in één klap teniet werd gedaan