Home

Zoeken

Zoek in 0 artikelen


    Diepzeevlakten en troggen

    Belangrijkste kenmerken

    Tot de diepzee wordt gerekend de delen van de oceanen die dieper zijn dan anderhalve kilometer. De diepste oceaantroggen zijn 11 kilometer diep. De diepzee is een zeer bijzondere leefomgeving, waar buitengewoon vijandige omstandigheden heersen voor levende wezens. Het is er koud (4 graden Celcius) en donker en er heerst een grote druk. Wel is het een stabiele omgeving, omdat er nauwelijks variatie optreedt in de leefomstandigheden.

    Positie

    De diepzee is de grootste geografische eenheid van onze globe: 86% van alle oceanen wordt tot de diepzee gerekend.

    Planten en dieren

    Het dierlijk leven in de diepzee is voor voedsel afhankelijk van organisch materiaal dat naar beneden zinkt vanuit ondiepere waterlagen. Daarnaast komen er ook roofdieren voor zoals vissen die leven van prooidieren. Plantaardig leven komt in de diepzee, wegens de afwezigheid van licht, niet voor.

    Leven op diepzeevlakten en in troggen

    In tegenstelling tot wat men vroeger dacht, is er leven in de diepzee. Ondanks de moelijke omstandigheden komen er zeekomkommers, zeesterren, zeeanemonen, wormen, kreeftachtigen en vissen voor. De populatiedichtheden per soort zijn laag wegens het enorme watervolume. Het ziet er naar uit dat door de onderlinge geÔsoleerdheid, iedere trog zijn eigen fauna kent.

    De diepzeebewoners zijn vaak uitgerust met organen†die licht uitzenden. Dit noemen we bioluminescentie. Vissen, pijlinktvissen en schaaldieren blijken allerlei vormen van bioluminescentie te hebben ontwikkeld. Er zijn bijvoorbeeld roofvissen met lichtgevende organen langs de zijkant van hun lichaam die dienen als lokmiddel voor prooien. Er zijn ook vissen die lichtgevend 'lokaas' vlak voor hun enorme, uitstekende scherpgetande kaken hebben hangen.

    In de bodem van de diepzee leven uitgebreide bacteriekolonies. Deze bacteriŽn zorgen voor de afbraak van organisch afval dat op de zeebodem neerregent.