Home

Meren en rivieren

Belangrijkste kenmerken

Overal op de wereld waar de geologische en klimatologische omstandigheden zo zijn dat water kan samenstromen en zich verzamelen, zijn meren. Er zijn ook veel kunstmatige, door mensen aangelegde meren. In een meer wordt het ecosysteem vrijwel altijd zeer sterk beÔnvloed door zijn (wijde) omgeving. Drainage vanuit een groter gebied via grondwater, stroompjes en rivieren, waarbij sedimenten en voedingsstoffen worden aangevoerd, bepalen de waterkwaliteit en de natuurlijke processen die zich in het meer afspelen.

De term 'rivier' staat voor een groot, stromend volume zoet water. Klimaat en geologie bepalen de vegetatie en de bodemontwikkeling van de rivier. Hierdoor worden de rivierbedding, de stroomsnelheid en waterhoeveelheid, het transport van bodemmateriaal en de chemische samenstelling van het water bepaald.

Positie

Slechts 0,009% van al het water op aarde bevindt zich in zoetwatermeren. Een nog kleiner gedeelte daarvan stroomt als rivierwater terug naar zee. Het zoete water is dus vergeleken met de wereldzeeŽn maar een heel klein gedeelte van al het water op aarde. Echter, wegens de noodzakelijkheid voor het leven op aarde, is het toch het belangrijkste water dat er is. Van het zoete water in de meren bevindt zich 40% in de grote merengebieden van SiberiŽ, Noord-Amerika en Oost-Afrika.

Klimaat

Meren en rivieren komen in alle klimaatgebieden voor, maar vooral op het noordelijk halfrond, in de gematigde streken.

Planten en dieren

In meren worden dieren en planten in hun verspreiding vaak beÔnvloed door het al dan niet aanwezig zijn van een zogenaamde 'spronglaag'. Dit is een laag waarin een overgang van warmer naar kouder water plaatsvindt. De warmere, lichtere waterlaag drijft als het ware op de koudere, zwaardere onderlaag. Door deze tweedeling van het water kan soms in de onderste lagen zuurstofloosheid optreden met sterfte van diersoorten als gevolg.

In rivieren wordt de soortsamenstelling van planten en dieren voor een belangrijk deel bepaald door de stroomsnelheid van het water.

Leven in meren en rivieren

Een rivier kan worden opgedeeld in verschillende zones die ieder hun eigen, specifieke levensgemeenschappen kennen. Het 'pleuston' wordt gevormd door de levensgemeenschap op het scheidingsvlak tussen water en lucht. De zogenaamde schaatsenrijders bijvoorbeeld zijn insecten die over het water lopen terwijl ze jagen op prooi. Het open, stromende rivierwater wordt bewoond door vissen en microscopisch kleine, zwevende algjes en diertjes (plankton). De rivierbodem is het terrein van wortelende waterplanten en dieren die op of in de bodem leven, zoals slakken, wormen en kreeftachtigen. In zowel meren als rivieren is er een verschil in levensgemeenschap tussen het open water en de oevers. De overgang van land naar water is de meest productieve zone. De planten die hier groeien maken gebruik van het rijke aanbod aan voedingsstoffen, en creŽren een gevarieerde leefomgeving voor veel diersoorten.