Home

Arctische toendra's

Belangrijkste kenmerken

Toendra is afgeleid van het finse woord 'tunturi' wat 'boomloze hoogte' betekent. Met een arctische toendra wordt een type toendra aangeduid dat wordt gekenmerkt door permafrost: een bodem die meer dan twee jaar achtereen beneden het vriespunt blijft. De diepte van de permafrost kan 400 tot 700 meter bedragen. In de zomer kan de bovenste drie meter ontdooien.

Positie

Arctische toendra's liggen op het noordelijk halfrond. We vinden ze in Groenland, het noorden van Noord-Amerika en het noorden van EuraziŽ.

Klimaat

Arctische toendra's worden 8 tot 10 maanden per jaar bedekt door sneeuw. In het korte, sneeuwvrije groeiseizoen is het er, wegens de ligging op aarde, continu licht.

Planten en dieren

De plantengroei van arctische toendra's komt in grote lijnen overeen met die in hooggebergte toendra's. De vegetatie bestaat voornamelijk uit mossen en korstmossen die de bodem gedeeltelijk bedekken. Tussen de vegetatie komen kale plekken voor. Ondanks de geringe plantengroei leven er diverse soorten grazers.

Leven op de arctische toendra

De plantengroei wordt bemoeilijkt door de lage zomertemperaturen, het korte groeiseizoen en de droge, bevroren bodems. De wortelzone van de bodem is ongeschikt voor de groei van bomen. Op de arctische toendra komen grote grazers voor, zoals muskusossen en rendieren, maar ook kleinere planteneters zoals lemmingen, woel- en veldmuizen en grazende vogels zoals sneeuwganzen. De invloed van de†grazers op de toendra is aanzienlijk. Lemmingen en sneeuwganzen consumeren 50 tot 90% van de plantengroei.