Home

Rassen, variŽteiten en ondersoorten

Afgezien van ťťneiige tweelingen zijn geen twee mensen gelijk. Evenzo zijn er geen twee planten of twee dieren, die tot dezelfde soort behoren, gelijk. Deze variatie ontstaat onder invloed van omgevingsfactoren en verschillen in erfelijke eigenschappen. Aan de omgevingsfactoren valt over het algemeen weinig te veranderen. Daarom selecteert men de gewenste eigenschappen door de individuen met deze eigenschappen met elkaar te kruisen. Zo ontstaan er verschillende rassen binnen ťťn soort, die bestaan uit individuen met dezelfde kenmerken. Men onderscheidt bijvoorbeeld verschillende hondenrassen en appelrassen.

Biologen spreken liever over variŽteiten in plaats van rassen. Onder een variŽteit verstaan zij elk individu dat in een bepaald kenmerk afwijkt van zijn soortgenoten. In tegenstelling tot een ras, is bij een variŽteit die afwijking niet perse erfelijk bepaald. Bovendien heeft ieder ras een eigen verspreidingsgebied waar geen andere rassen van dezelfde soort voorkomen. Met andere woorden, een ras is een populatie of een groep van populaties binnen een soort. Een variŽteit kan daarentegen wťl in verschillende verspreidingsgebieden voorkomen. In de ogen van een bioloog is een herdershond dus geen ras, maar een variŽteit.

Een ras ontstaat doordat een populatie langere tijd min of meer geÔsoleerd is geweest van andere populaties van zijn soort. Daardoor heeft hij zich apart ontwikkeld. Dit kan zelfs leiden tot het ontstaan van een nieuwe soort. Rassen die dit stadium nog niet bereikt hebben, maar wel opvallend verschillen van andere rassen van dezelfde soort, worden wel ondersoorten genoemd.