Home

Zoeken

Zoek in 6435 artikelen


    Mimicry

    Mimicry van Bates

    Mimicry is het verschijnsel dat een soort lijkt op een andere, niet verwante soort en daar voordeel van heeft. Het is één van de vele gevallen van misleiding in de natuur. Andere gevallen zijn bijvoorbeeld camouflage (niet opvallen in de omgeving) of het nabootsten van plantendelen door dieren (bijvoorbeeld rupsen die op een takje lijken). Er worden verschillende vormen van mimicry onderscheiden.

    De bekendste vorm van mimicry is genoemd naar de Engelse onderzoeker Bates, die dit verschijnsel in 1862 voor het eerst beschreef. Hierbij bootst een ongevaarlijke soort een gevaarlijke soort na. Het komt veel voor, ook in onze directe omgeving. Wespen zijn een gevaarlijke prooi voor vogels. Ze smaken vies en kunnen pijnlijk steken. Een vogel leert dus snel van een wespachtig diertje af te blijven. Daar maken sommige andere insecten, die eigenlijk een eetbare en ongevaarlijke prooi zijn, gebruik van. Er zijn zweefvliegen en kevers die wespen nabootsen.

    Mimicry van Müller

    Ook voor niet-eetbare dieren is het voordelig om op elkaar te lijken. Zij vallen dan immers minder snel ten prooi aan een onervaren roofdier dat nog moet leren wat wel of niet eetbaar is. Dit wordt de mimicry van Müller genoemd. Er kunnen hele groepen van niet aan elkaar verwante soorten ontstaan die sterk op elkaar lijken en waarvan sommige wel en andere niet eetbaar zijn. Een dergelijke groep wordt een mimicry-ring genoemd. Het is in zulke gevallen moeilijk aan te geven wie nu eigenlijk wie nabootst. Mimicry-ringen zijn vooral bekend van tropische insecten. In één enkele mimicry-ring kunnen kevers, wantsen, vlinders en wespen zitten.

    De groep die in de loop van de evolutie verreweg de minste veranderingen in uiterlijk heeft doorgemaakt zijn de bacteriën. De oudste fossielen die duiden op deze vormen van leven zijn ongeveer 3,5 miljard jaar oud. Ze heten stromatolieten en zijn in de zaal Oerparade te zien.

    Mimicry van Peckham

    Bij deze vorm van mimicry vermommen roofdieren zich waardoor ze hun prooi misleiden. Er zijn bijvoorbeeld roofinsecten, zoals bidsprinkhanen, die erg lijken op de bloemen waartussen ze wachten tot een nietsvermoedende prooi langskomt. Ze hoeven alleen maar op het juiste moment toe te slaan. Verschillende soorten vissen, zoals de hengelaarsvis, hebben speciale uitgroeisels op hun kop of rond de bek die op voedsel lijken waardoor ze prooien naar zich toe lokken.

    Het ontstaan van mimicry

    Het is moeilijk een scherpe grens te trekken tussen misleiding en verleiding. Een bloem kan insecten lokken door geur, kleur of vorm. Geur en kleur zouden we verleiding noemen. Als ze de vorm aanneemt van een insect om bepaalde insecten te lokken, dan spreken we van misleiding. Vanuit het standpunt van de bloem maakt het niet uit. Waar het om gaat is, dat de bloem zich zo ontwikkeld heeft dat de kans op bestuiving groot is. Het is een aanpassing en als zodanig niet verschillend van andere aanpassingen om als individu of als soort te overleven. Met andere woorden, mimicry ontstaat niet volgens een speciaal proces, maar gewoon door selectie van varianten met een grotere overlevingskans. Het is opmerkelijk, dat mimicry tot zo'n grote mate van overeenkomst tussen niet-verwante soorten kan leiden. Blijkbaar is het erfelijk materiaal van de soorten die mimicry vertonen erg plastisch. Bij insecten komt mimicry meer voor dan bij bijvoorbeeld gewervelde dieren. Ongetwijfeld heeft dat rechtstreeks te maken met de plasticiteit van hun erfelijk materiaal. Mede daardoor zijn insecten ook zo onvoorstelbaar soortenrijk.