Home

Zoeken

Zoek in 6438 artikelen


    Charles Darwin, voorvechter van de evolutietheorie

    In de tijd waarin Darwin leefde (1809-1882), dachten de meeste mensen dat alle leven was geschapen in een onveranderlijke vorm. Darwin, maar ook andere onderzoekers uit zijn tijd, zoals de Fransman Lamarck, dachten hier anders over. Zij meenden dat soorten niet constant zijn, maar in de loop van de tijd veranderen of evolueren. Dit idee riep veel weerstand op, vooralomdat de werking van evolutie niet bekend was. Darwin kwam tot zijn inzicht na een reis van vijf jaar over de wereldzeeën met het zeilschip de Beagle.

    Tijdens zijn reis op het onderzoeksschip de Beagle (1831-1836), deed Darwin zijn ideeën op over de manier waarop soorten kunnen veranderen. Hij bezocht onder andere de Galápagos-eilanden, waar verschillende vinkensoorten leven. Iedere soort heeft zijn eigen voedselvoorkeur. De vinken verschillen van dunsnavelige insecteneters tot diksnavelige zadeneters. Omdat ieder eiland zijn eigen vinkensoorten kent, bedacht Darwin dat zij allemaal moesten afstammen van een gemeenschappelijke voorouder. Door de verschillende omstandigheden per eiland konden er in de loop van de tijd verschillende vinkensoorten ontstaan.

    The Beagle
    HMS Beagle

    Deze door Darwin verzamelde cactusgrondvink bevindt zich in de collectie van Naturalis
    Deze door Darwin verzamelde cactusgrondvink bevindt zich in de collectie van Naturalis
    Na terugkeer van zijn reis met de Beagle schreef Darwin in 1858 samen met de onderzoeker Wallace een artikel over natuurlijke selectie in het wetenschappelijk tijdschrift Journal of the Linnean Society. Hierop volgde weinig reactie. Pas toen Darwin een jaar later zijn boek On the Origin of Species publiceerde, was de tijd rijp voor zijn ideeen: het boek was in een dag uitverkocht en markeerde het begin van een nieuw tijdperk.

    Darwinvinken in Naturalis

    Darwin ontdekte de naar hem genoemde vinken (eigenlijk zijn het gorzen) in 1835 op 26-jarige leeftijd op de Galápagos-eilanden. Hij bezocht de eilanden tijdens zijn reis met het schip de Beagle. De groep Darwinvinken bestaat uit 13 soorten. In totaal heeft Darwin 31 exemplaren verzameld. Na zijn terugkeer in Engeland in 1837, droeg Darwin zijn collectie over aan de Zoological Society in Londen. De meeste Darwinvinken werden opgezet en tentoongesteld in het museum van de Society. Toen dit museum in 1855 werd opgeheven, verhuisden 22 exemplaren naar het Museum of Natural History. Van de overige negen Darwinvinken zijn er vijf in de collectie van Naturalis terecht gekomen.

    De vijf  Darwinvinken van Naturalis die door Darwin zelf zijn verzameld, behoren tot drie soorten. Daarnaast bevat de collectie nog acht soorten die door anderen zijn verzameld. Er ontbreken dus twee soorten Darwinvinken.

    Foutje

    Toen Darwin zijn Darwinvinken op de Galápagos-eilanden verzamelde, noteerde hij aanvankelijk niet van welke eilanden ze precies afkomstig waren. Hij realiseerde zich toen nog niet dat hij hiermee een belangrijke vergissing maakte en dat er grote verschillen bestonden tussen de eilanden onderling. In de wetenschap wordt de vindplaats van verzamelde planten en dieren genoteerd om inzicht te krijgen in het verspreidingsgebied en de verspreidingsgeschiedenis van soorten. Bovendien zijn gegevens over de vindplaats van groot belang bij het ontrafelen van de verwantschap tussen soorten.

    Na zijn terugkeer in Engeland heeft Darwin daarom alsnog geprobeerd de precieze herkomst van de Darwinvinken te achterhalen. In een aantal gevallen zat hij ernaast, wat later voor veel verwarring heeft gezorgd bij andere onderzoekers die het materiaal bestudeerden. Dit bewijst maar weer eens dat wetenschap mensenwerk is.