brokkelster | ![]() |

© Geert-Jan Roebers
Deze slangster onleent zijn naam aan de breekbare armen. Die vijf armen zijn dun en zeer beweeglijk. Ze zien er door de lange stekels harig uit. De kleur van de dieren varieert van geelbruin tot roze en rood. De armen hebben vaak lichte en donkere banden.
Brokkelsterren vangen plankton door hun armen omhoog te steken in de stroming.
In de Oosterschelde komt deze soort soms massaal voor en vormt dan plaatselijk hele matten op de bodem.
| Wetensch. naam | Ophiotrix fragilis |
| Engelse naam | common brittlestar |
| Verspreiding | oostelijke Atlantsche Oceaan, van Noorwegen tot Zuid-Afrika |
| Voedsel | plankton |
| Lengte | centrale plaat 1 - 2 cm doorsnede, armen 10 cm |
Dit paspoort is afkomstig uit de Dierenbibiliotheek van het WNF
