Home

klapperdief

klapperdief

© WWF-Canon / Tanya Petersen

Deze grote landkrab kreeg zijn naam omdat hij vaak kokosnoten (klappers) uit de boom 'steelt'. Inderdaad eet hij - naast tal van ander voedsel - graag kokosnoten en kan hij goed in bomen klimmen, al lijkt zijn lichaam daar niet speciaal op gebouwd. Hij grijpt zich met zijn enorm sterke scharen vast aan de schors en trekt zich omhoog terwijl zijn andere poten om de stam klemmen. Ook bij gevaar vlucht hij een boom in.

De klapperdief behoort tot de heremietkreeften. De jonge dieren beschermen hun achterlijf - net als andere heremietkreeften - door het in een leeg slakkenhuis te steken. Maar anders dan andere heremietkreeften krijgt de klapperdief na een aantal vervellingen stevige schilden op zijn achterlijf, dat hij als hij defintief het slakkenhuis heeft verlaten onder zijn buik klapt.

De paring vindt plaats op het land. Met een massa bevruchte eitjes geklemd tussen buik en achterlijf wacht het vrouwtje een gunstig getij af. Dan loopt ze een eindje de zee in (niet te ver want ze kan niet zwemmen) om de eitjes daar los te laten. De larven ontwikkelen zich in zee via enkele tussenstadia tot kreeftjes die dan het strand op krabbelen. Op het land zoeken ze een slakkenhuis om zich daarna verder te ontwikkelen.

Wetensch. naamBirgus latro
Engelse naamgiant coconut crab
Verspreidingbijna alleen op eilanden in de Indische en Grote Oceean
Voedseldode dieren, vruchten
Lengte30 cm
Gewichttot 3 kg

Dit paspoort is afkomstig uit de Dierenbibiliotheek van het WNF