Afrikaans boomschubdier | ![]() |
-JENe.jpg)
© WWF-Canon
Dit schubdier heeft een lichtgrijze buik en een lange staart. Met het onbeschubde uiteinde kan hij takken vastgrijpen. De schubben hebben als ze nog niet versleten zijn drie spitsen aan de achterrand, later is de rand onregelmatig.
Het is een uitgesproken nachtdier. Overdag slaapt hij meestal in een boomholte of tussen lianen. Het mannetje heft een territorium dat hij met urine en geurstof uit zijn anaalkleir markeert.
| Andere namen | witbuikschubdier |
| Wetensch. naam | Manis tricuspis |
| Engelse naam | tree pangolin; small-scaled tree pangolin; three-cusped pangolin; white-bellied pangolin |
| Verspreiding | laagland-regenwoud in Afrika (van Senegal tot West-Kenya en Zuidwest Angola |
| Voedsel | mieren, termieten |
| Lengte | 33 - 43 cm; staart: 49 - 62 cm |
| Gewicht | tot 3 kg |
Dit paspoort is afkomstig uit de Dierenbibiliotheek van het WNF
