Zuidelijke zeebeer | ![]() |

© 1998 Jaap van der Toorn
Bij deze zeeberen zijn de volwassen mannetjes donkergrijs. Ze hebben geen duidelijk manen. Vrouwtjes en onvolwassen mannetjes zijn donkerbruin op de rug met een lichtere buik.
Evenals andere pelsrobben is deze soort in het verleden zwaar bejaagd door pelsjagers. Zeeberen hebben uitwendige oorschelpen en een dichte vacht.
| Andere namen | Zuidelijke pelsrob; Falkland zeebeer; Falkland pelsrob |
| Wetensch. naam | Arctocephalus australis |
| Engelse naam | South American fur seal |
| Verspreiding | rondom Zuid-Amerika, van Vuurland tot aan Sao Paolo in het oosten en Peru in het westen en de Falkland Eilanden |
| Voedsel | vis (ansjovis), inktvis, kreeftachtigen en zeeslakken |
| Lengte | 2 m (mannetje), vrouwtje 1,5 m |
| Gewicht | 160 kg (mannetje), vrouwtje 60 - 90 kg, bij geboorte 3,5 - 7 kg |
| Status | plaatselijk algemeen |
Dit paspoort is afkomstig uit de Dierenbibiliotheek van het WNF
