noordse stern | ![]() |

© Wereld Natuur Fonds
Er is geen dier ter wereld dat per jaar zoveel daglicht te zien krijgt als deze vogel. De noordse stern maakt namelijk elk jaar twee poolzomers mee. Dat kan alleen door een reis van twee maal zo'n 16.000 km te maken tussen het Noordelijke broedgebied en de zee ronde de zuidpool.
De noordse stern is ook in Nederland te zien - vooral als doortrekker - en wordt makkelijk verward met het visdiefje, die ook een zwart petje en een zwaluwstaart heeft en de zelfdemanier van vliegen: zwenken, fladderen en vaak op het wateroppervlak neervallen. Een veldkenmerk is de kleur van de snavel: bij het visdiefje is die oranje met een zwarte punt, bij de noordse stern egaal brood.
| Wetensch. naam | Sterna paradisaea |
| Engelse naam | Arctic tern |
| Verspreiding | langs kust Hoge Noorden, zee rond zuidpool; tussengelegen kusten als doortrekker |
| Voedsel | kleine visjes, kreeftachtigen en wormen |
| Lengte | 33 - 35 cm |
| Gewicht | 95 - 125 gr. |
| Status | algemeen |
Dit paspoort is afkomstig uit de Dierenbibiliotheek van het WNF
