Home

meerkoet

meerkoet

© Martin Kramer

Deze zwarte watervogel met zijn witte snavel en witte 'bles' heeft een groot verspreidingsgebied. Ook in Nederland komt hij algemeen voor.

Om zijn voedsel te bemachtigen - voornamelijk waterplanten en kleine waterdieren - duikt de meerkoet veelvuldig. Zijn poten hebben eigenaardige zwemvliezen. Deze zitten niet tussen de tenen maar elke teen heeft aan weerszijden een flap. Bij een achterwaartse beweging van de poot gaan de flappen wijd uit staan. Wordt de poot naar voren bewogen, dan klappen de flapjes weer dicht.

In de paartijd zijn meerkoeten vaak agressief naar soortgenoten of belagers. Mannetje en vrouwtje bouwen samen een nest, meestal tussen het riet. Ze broeden om beurten en brengen ook samen de jongen groot. De jongen verlaten al als ze een paar dagen oud zijn het nest. Het zijn dan grappige zwart-donzen bolletjes met een rood gezichtje. Na acht weken zijn ze volledig zelfstandig.

Wetensch. naamFulica atra
Engelse naamcoot; common coot
VerspreidingEuropa, Azië, Australië
Voedselwaterplanten, gras, weekdieren, wormen
Lengte36 - 41 cm
Gewicht600 - 900 gram
Statusalgemeen

Dit paspoort is afkomstig uit de Dierenbibiliotheek van het WNF