Home

Alpensneeuwhoen

Alpensneeuwhoen

Alpensneeuwhoen in voorjaarskleed © Wereld Natuur Fonds

Behalve in de Alpen komt het Alpensneeuwhoen binnen Europa ook voor in de Pyreneeėn, Scandinaviė, Schotland en IJsland. Bij voorkeur in bergachtig gebied. Met zijn beveerde poten en compacte lijf is hij goed aangepast aan de kou.

De mannetjes wisselen 4 keer per jaar van verenkleed, de vrouwtjes 3 keer. 's Zomers is hij bruin of grijs met witte vleugels. In de winter is deze vogel helemaal wit, met alleen zwarte staartveren die als hij zit vrijwel niet te zien zijn. Het mannetje heeft een zwarte oogstreep, wat deze soort onderscheidt van het moerassneeuwhoen.  Boven het oog zit een naakte rode vlek.

Wetensch. naamLagopus mutus
Engelse naamptarmigan
Verspreidingberggebieden Europa, Noord-Amerika, Noord-Aziė
Voedselzaden, bessen, knoppen, insecten (de kuikens eten alleen insecten)
Lengte34 - 36 cm, spanwijdte 54 - 60 cm
Statusalgemeen

Dit paspoort is afkomstig uit de Dierenbibiliotheek van het WNF