aardvarken | ![]() |

© Wereld Natuur Fonds
Het aardvarken is een van de beste gravers uit het dierenrijk. Aan hun voor- en achterpoten hebben ze grote klauwen. Met de voorpoten breken ze de grond open, met de achterpoten duwen ze het zand naar achteren. Bij het graven worden de neusgaten afgesloten met borsteltjes en de oren naar achteren gevouwen. Ze maken woonholen van soms wel 10 meter lang. Ook graven ze geregeld termietenheuvels uit.
Het aardvarken heeft een circa 45 centimeter lange tong, waarmee ze de mieren en termieten oplikken. Sommige mieren worden met hun buisvormige tanden vermalen, anderen worden heel ingeslikt.
| Wetensch. naam | Orycteropus afer |
| Engelse naam | aardvark |
| Verspreiding | Afrika, ten zuiden van de Sahara |
| Voedsel | mieren, termieten, fruit |
| Lengte | 1,6 m; staart 55 cm |
| Gewicht | 38 - 65 kg |
| Status | algemeen |
Dit paspoort is afkomstig uit de Dierenbibiliotheek van het WNF
