snoek | ![]() |

© Pavel Dvorak
Snoeken zijn geduchte roofvissen, die soms wel 'de haaien van het zoete water' genoemd worden. Ze zijn echter veel te klein om mensen aan te kunnen vallen. Hoogstens grijpen ze wel eens naar een teen die in het water bungelt.
Snoeken jagen vanuit een hinderlaag verborgen tussen waterplanten. Ze hebben helder water nodig om hun prooi te kunnen zien en vangen. Ze hebben gewoonlijk een groenige schutkleur, maar soms zijn ze ook goudachtige kleur.
Snoeken komen ook in Nederland algemeen voor, in plassen, vaarten en slootjes. De vrouwtjes groeien sneller en worden groter dan de mannetjes.
| Andere namen | Europese snoek |
| Wetensch. naam | Esox lucius |
| Engelse naam | pike; Northern pike |
| Verspreiding | zoetwater Europa, Azië en Noord-Amerika |
| Voedsel | vissen, amfibieën, watervogels, kleine zoogdieren, ongewervelden |
| Lengte | tot 1,3 m |
| Gewicht | tot 34 kg |
| Status | algemeen |
Dit paspoort is afkomstig uit de Dierenbibiliotheek van het WNF
