wezel | ![]() |

© Wereld Natuur Fonds
De wezel lijkt veel op een hermelijn, maar is gemiddeld iets kleiner en is daarmee het kleinste roofdier. Anders dan de hermelijn heeft de wezel geen zwarte punt aan zijn staart. In ons land heeft een wezel ook geen winterkleed, maar in noordelijkere streken krijgen ze wel een geheel witte vacht in de winter.
De wezel heeft een groot verspreidingsgebied en komt in zeer verschillende biotopen voor: bergen, bos, moeras, duin, weide en akkers. Het vrouwtje is kleiner dan het mannetje en kan muizen in hun gangen volgen. Ook bij het vangen van mollen is de geringe omvang van een wezel een groot voordeel.
Wezels wonen dikwijls in oude holen van muizen, ratten en konijnen. Ze zijn vooral 's nachts actief en zwemmen niet graag.
| Wetensch. naam | Mustela nivalis |
| Engelse naam | weasel |
| Verspreiding | heel Europa (behalve Ierland), Noord-Amerika en Azië |
| Voedsel | muizen, mollen, vogels, eieren, kikkers en insecten |
| Lengte | 15 -24 cm (mannetje), vrouwtje: 13 - 21 cm, staart 6 cm |
| Gewicht | 35 - 150 gram |
| Status | algemeen |
Dit paspoort is afkomstig uit de Dierenbibiliotheek van het WNF
