Home

kameel

kameel

© Wereld Natuur Fonds

De kameel heeft twee bulten op zijn rug in tegenstelling tot de dromedaris die er maar één heeft. Een kameel gebruikt zijn bulten vooral om vet op te slaan, zodat hij over een voedselvoorraad beschikt. Dat is handig voor een dier dat in de woestijn leeft waar soms wekenlang geen groen sprietje te vinden is. Bovendien komt bij de verbranding van vet water vrij. Een kameel kan lang zonder water. Hij zweet aanzienlijk minder dan andere zoogdieren.

In de winter heeft een kameel een dikke vacht. In de zomer valt die in grote plukken uit. Kamelen leven in groepen: harems met 6 tot 30 vrouwtjes, hun jongen en 1 volwassen man. Een vrouwtje werpt over het algemeen slechts één jong per keer na een draagtijd van 330 tot 410 dagen. Een pasgeboren kameel kan al na 1 uur lopen. Het jong wordt 1 tot 2 jaar lang gezoogd.

De wilde kameel is een zeldzame en ernstig bedreigde soort.

Wetensch. naamCamelus ferus bactrianus; Camelus ferus
Engelse naamBactrian camel
VerspreidingOost-Azië: China, Mongolië
Voedselgras, struiken, bladeren
Lengtekop-romp 2,5 - 3 m, staart 50 cm
Gewicht450 - 700 kg
Statusernstig bedreigd

Dit paspoort is afkomstig uit de Dierenbibiliotheek van het WNF