bosgems | ![]() |

© Wereld Natuur Fonds
Dit hoefdier is niet zo snel maar staat wel erg stevig op zijn poten. De bosgems leeft in bosrijke berggebieden. Hij is vooral vroeg in de ochtend en laat op de dag actief.
Zijn vacht ziet er grotendeels donker uit, maar de haren zijn aan de basis licht gekleurd. Zowel de mannetjes als de vrouwtjes hebben horens waarmee ze zich kunnen verdedigen. In China wordt veel op de bosgems gejaagd wegens vermeende geneeskrachtige werking van verschillende van zijn lichaamsdelen.
De (gewone) bosgems behoort samen met de Japanse bosgems, de Formosabosgems en en de goral tot de bosgeitantilopen. Het is de grootste van deze vier en is ook het meest wijd verspreid.
| Andere namen | gewone bosgems; kambing oetan |
| Wetensch. naam | Capricornis sumatrensis |
| Engelse naam | mainland serow |
| Verspreiding | Oost-Azië: Sumatra tot Himalaya, Zuid-China |
| Voedsel | gras en bladeren |
| Lengte | 1,4 - 1,5 m; staart 8 - 21 cm |
| Gewicht | tot 140 kg |
| Status | kwetsbaar |
Dit paspoort is afkomstig uit de Dierenbibiliotheek van het WNF
