zwartstaartprairiehond | ![]() |

© Neeltje van Dijk
Prairiehonden zijn geen honden maar knaagdieren, nauw verwant aan de eekhoorn. Ze danken hun naam aan hun keffende roep. De zwartstaartprairiehond leeft op de prairie, op een hoogte van 1300 tot 2000 meter.
Ze leven in grote groepen in uitgebreide burchten, die wel 30 meter lang en 5 meter diep kunnen zijn. Er worden verscheidene kamers gemaakt, waaronder een met gras beklede nestkamer, een 'kinderkamer' en 'toilet'.
Bovengronds markeren op vulkanen lijkende bergen de ingang of uitgang van een burcht. Die bulten zorgen er ook voor dat het regenwater niet naar binnen kan stromen. Tevens functioneren ze als uitkijkposten voor de wachters die alarm slaan als er gevaar dreigt.
| Wetensch. naam | Cynomys ludovicianus |
| Engelse naam | black tailed prairie dog |
| Verspreiding | Noord-Amerika: van Zuidwest Canada tot Noord-Mexico |
| Voedsel | gras, kruiden en af en toe insecten |
| Lengte | 28 - 30 cm, staart 7 - 12 cm |
| Gewicht | 0,7 - 1,5 kg |
| Status | thans niet bedreigd |
Dit paspoort is afkomstig uit de Dierenbibiliotheek van het WNF
