Home

Vogels: in het voorjaar opeens een andere crème

Veel vogelsoorten verzorgen hun veren met een vettige was, afkomstig uit een klier bij hun staart. Sommige soorten gebruiken tijdens het broedseizoen een heel ander type was dan gedurende de rest van het jaar. En dat terwijl dat tweede type taaier en dus minder makkelijk smeerbaar is. Waarom doen ze dat? Een Duitse herder met een scherpe neus kon deze vraag beantwoorden.

Vogels zorgen goed voor hun verenkleed. Ze besteden dagelijks veel tijd aan het poetsen en rangschikken van hun veren. Vooral vogels die in watergebieden leven, bijvoorbeeld in moerassen of langs de kust, moeten zorgen dat hun verenkleed in goede conditie is. Dat doen ze door de veren in te smeren met een vettige was. Die is afkomstig uit een klier onderaan de rug, net boven de staart. Met hun snavel verspreiden de vogels de was over hun veren. 

Biologen van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) op Texel ontdekten iets opvallends aan de was van steltlopers. Dat zijn vogels zoals gruttos, plevieren en strandlopers die hun voedsel zoeken in kustgebieden. 'Veel van 'onze' steltlopers overwinteren in de Waddenzee, maar broeden op de noordelijke toendra's, boven de poolcirkel,' vertelt prof.dr. Theunis Piersma van het NIOZ.
Deze kanoetstrandloper, hier gefotografeerd op de toendra van Noordoost-Groenland, heeft de vijfduizend kilometer lange tocht vanuit ons Waddengebied glansrijk doorstaan. Hij heeft daarbij wel de helft van zijn lichaamsgewicht verbruikt. © Jeroen Reneerkens
Klik op het plusje voor een grotere foto
 

'Eind mei maken ze zich klaar om duizenden kilometers te vliegen naar hun broedgebieden in Noord-Siberië, Oost-Canada of Groenland. Een aantal jaren geleden ontdekten we bij toeval dat deze vogels in mei, vlak voordat ze vertrekken, heel plotseling een ander soort was gaat produceren. Binnen een week gaan de vogels geheel over van mengsel één naar mengsel twee.'

Natuurlijke selectie 

Het opvallende is dat mengsel twee veel taaier is en dus minder goed smeerbaar. Het is eigenlijk net kaarsvet. Dat maakt de wisseltruc onlogisch. Je zou namelijk verwachten dat een zachtere was handiger is in de broedgebieden boven de poolcirkel, omdat het er gemiddeld kouder is dan bij ons. Vergelijk het maar met het verschil tussen roomboter en margarine. Bij kamertemperatuur zijn ze allebei even goed smeerbaar. Maar als ze allebei net uit de koelkast komen, dan is margarine veel beter smeerbaar dan roomboter. Het lijkt dus logischer dat vogels die zich klaarmaken voor de koudere poolgebieden, liever 'margarine' smeren dan 'roomboter'. Maar ze doen juist het omgekeerde.

Poetswas nummer twee lijkt dus nadelig in de koude broedgebieden. Toch moet er een voordeel aan zitten want anders had dit systeem zich niet zo ontwikkeld. In de natuur wordt er namelijk voortdurend geselecteerd op nuttige strategieën. Strategieën die niet handig zijn, leveren uiteindelijk minder nakomelingen op. Slechte  strategieën zullen dus, door natuurlijke selectie, in de loop van de evolutie verdwijnen. Onderzoeker Jeroen Reneerkens probeerde er daarom achter te komen waarom de vogels die wisseltruc toepassen. Hij zit vaak voor onderzoek op Groenland, dus zijn wetenschappelijk begeleider Piersma vertelt wat Reneerkens zoal ontdekte.  

UV-kleuren 

'We bedachten twee voordelen van de wisseltruc,' zegt Piersma. 'Allereerst zou het tweede, taaie type poetswas de vogels aantrekkelijker kunnen maken voor soortgenoten. Als een soort make-up.' Menselijke ogen zien geen verschil tussen type één en type twee op een verenkleed. Maar vogels kunnen kleuren waarnemen die voor ons onzichtbaar zijn: ultraviolette kleuren (UV). Van veel vogelsoorten is bekend dat vrouwtjes vallen op de mannetjes waarvan het verenkleed het meeste UV-licht weerkaatst. 

Met speciale apparatuur kunnen onderzoekers die UV-kleuren wel 'zien'. Ze kunnen de intensiteit van de UV-weerkaatsing namelijk meten. 'Toen we op die manier type één vergeleken met type twee,' vertelt Piersma, 'vonden we echter geen verschil in UV-weerkaatsing. Het lijkt ons daarom niet waarschijnlijk dat de was de vogels aantrekkelijker maakt.  
Deze jonge kanoet zoekt op het strand bij IJmuiden naar schelpdieren die hem de winter door kunnen helpen. In de winter zijn de vogels witter van kleur dan in de zomer, als ze elkaar het hof willen maken met mooie goudbruine veren. © Jeroen Reneerkens
Klik op het plusje voor een grotere foto

Daarnaast: de vogels gebruiken type twee niet alleen zolang ze elkaar het hof maken, maar tijdens de hele broedtijd. Zou er dan een voordeel kunnen zijn tijdens het broeden, bijvoorbeeld slijtage? Taaiere was kan misschien de veren beter beschermen tegen schade tijdens het broeden op de grond. Maar daar vonden we evenmin aanwijzingen voor. We hebben de slijtage van veren met en zonder poetswas in het veld getest, en konden geen verschil aantonen. Beschermt het tweede type was de veren misschien beter tegen bederf door schimmels en bacteriën? Maar ook dat bleek niet zo te zijn.' 

Speurhond 

Uiteindelijk vonden de onderzoekers dan toch een verschil tussen de beide typen poetswas: hun geur. Type twee ruikt minder sterk dan type één. Hoe ze dat hebben onderzocht? Voor mensenneuzen is de poetswas van beide typen geurloos. Maar een speurhond, die veel beter kan ruiken dan wij, ruikt wel degelijk een verschil. 'Via via kwamen we in contact met een politieman met een Duitse herder,' vertelt Piersma. 'De man vond het leuk om aan ons onderzoek mee te werken. Hij heeft de hond geleerd aan te geven in welk bakje hij de vogelwas rook. 
Honden kunnen oneindig veel beter ruiken dan wij. Deze politiehond, een Duitse herder genaamd Joey, helpt de onderzoekers een handje door aan te geven in welke potjes hij de vogelwas kan ruiken. © Jeroen Reneerkens
Klik op het plusje voor een grotere foto
 

Dat trainen kostte meer dan een jaar.' Vervolgens lieten de onderzoekers de hond op zoek gaan naar bakjes waarin de was steeds verder verdund was. Het bleek dat de hond wastype één nog feilloos kon vinden bij heel lage concentraties, maar type twee niet. Bij type twee raakte hij het geurspoor dus sneller kwijt. 'Daar lag de reden voor het gebruik van de op het eerste gezicht ongunstige was' concludeert Piersma. 'Zodra de broedtijd begint, smeren de vogels zich in met een was die minder sterk ruikt. Zo kunnen roofdieren, zoals poolvossen, het nest minder snel vinden.'

Toch is de puzzel nog lang niet compleet. Er blijven nog veel vragen voor de onderzoekers. Waarom gebruiken de vogels bijvoorbeeld niet het hele jaar door de reukloze was? 'Misschien kost het maken van type twee meer energie,' suggereert Piersma. 'Verder zijn we benieuwd of er andere vogelsoorten zijn die dezelfde wisseltruc toepassen. En daarnaast: wastype twee kan natuurlijk nog andere voordelen hebben, die wij simpelweg nog niet hebben ontdekt. Er zitten nog veel spannende kanten aan dit verhaal.' 

Meer informatie: 

Artikel van Jeroen Reneerkens op Kennislink: De functie van stuitklierwas bij vogels. 

Persbericht van de Rijksuniversiteit Groningen over het onderzoek van Jeroen Reneerkens.

Weblog vanuit Groenland: Jeroen Reneerkens bericht over zijn huidige onderzoek naar drieteenstrandlopers. Met mooie fotos en filmpjes.

Het proefschrift van Jeroen Reneerkens over de poetswas (in het Engels), met Nederlandse samenvatting.