Home

De heroische fase

Een op traan gerichte expeditie leidde in 1895 tot de eerste gedocumenteerde landing binnen de poolcirkel, op Kaap Adare, door de Noor Borchgrevink. Dit moment markeert het begin van een nieuwe fase van het poolonderzoek, waarin heldhaftigheid de boventoon voerde.

Na de landing van Borchgrevink in 1895 vond nog een aantal expedities plaats, die door Scott, Amundsen en Shackleton overschaduwd zijn, maar daarom niet minder bar en heroïsch waren. Vooral de niet-Britten blijven in de sterk anglocentrische Antarctica-heroïek onderbelicht.

Aanleiding voor oplevende belangstelling voor de zuidpool was het International Geographical Congress in 1895, waar men zich beklaagde over het gebrek aan vooruitgang in de laatste vijftig jaar, en waar in een resolutie werd besloten dat exploratie van Antarctica vóór het einde van de eeuw moest worden hervat. Wat men niet wist, was dat een Belg al bezig was.

 

Adrien de Gerlache, leider van de Belgica-expeditie, 1897-1899 (Archives Gaston de Gerlache, Brussel)

Luitenant Adrien de Gerlache had zich ooit als vrijwilliger opgegeven voor een Zweedse Antarctica-expeditie, maar toen die niet doorging, besloot hij zelf iets te organiseren. Gerlache kocht een Noors schip en doopte het Belgica. Hij verzamelde een internationaal gezelschap, met deelnemers uit Noorwegen, Rusland, Polen, Roemenië en Amerika. Eerste stuurman was Roald Amundsen. De scheepsarts was een Amerikaan, Frederick Cook, die later opduikt in de strijd om de noordpool.

De Belgica vertrok uit Antwerpen op 16 augustus 1897. Gerlache was niet voorbereid op een overwintering, maar stuurde daar bewust of onbewust wel op aan. Tegen ieders advies in liet hij de Belgica aan het eind van de zomer diep doordringen in het pakijs, waardoor invriezen onvermijdelijk werd. Tijdens de lange donkere winter die volgde raakte de bemanning er lichamelijk en moreel zeer slecht aan toe. Het is vooral aan Cook te danken dat men er heelhuids doorheen is gekomen. Het schip zat ruim een jaar vast en werd zeventien lengtegraden westwaarts verplaatst. Een minuscule mijt die aan de onderkant van stenen leeft, is naar de expeditie vernoemd: Belgica antarctica.

 

De Belgica was een Noordschip dat door Adrien de Gerlache werd omgebouwd voor zijn zuidpoolexpeditie 1897-1899 (Archives Gaston de Gerlache, Brussel)

 

De enige ander die de deadline van 1900 haalde was Borchgrevinck. Hoewel hij als Noor met de British Antarctic Expedition 1898-1900 onder Britse vlag voer, lag de Royal Geographical Society dwars, omdat die zelf bezig was en geen concurrentie wenste in fondsenland. Borchgrevink wilde overwinteren op Kaap Adare. Hij bouwde een solide hut, die er nog staat, en ook wat uitrusting en bevoorrading betreft was de expeditie goed voorbereid. De overwintering verliep vlekkeloos. Deze ervaring was van onschatbare waarde voor latere aanvallen op de zuidpool. Wie in het zomerseizoen op tijd wilde zijn, moest eerst overwinteren. De Royal Geographical Society heeft de resultaten van Borchgrevinck lange tijd genegeerd en heeft dit pas in 1930 openlijk erkend.

In 1901 gingen drie expedities op pad, in een gecoördineerde actie. Alledrie hadden overwintering als doel: de Zweed Otto Nordenskjöld op het Antarctisch Schiereiland, de Duitser Erich von Drygalski ten zuiden van de Indische Oceaan, en de Brit Robert Falcon Scott in de Ross-zee. Van deze drie heeft Scott onevenredig veel aandacht gekregen, vanwege zijn (mislukte) poging te voet de zuidpool te bereiken. Met Wilson en Shackleton bereikte hij 82°16'33" zuiderbreedte op 30 december 1902. Ze hadden te weinig voorraden bij zich en kampten met scheurbuik. Na terugkeer in het basiskamp moest Shackleton worden afgevoerd. De anderen bleven voor een tweede winter, maar een nieuwe aanval op de pool werd niet ondernomen.

 

E. Shackleton, R.F. Scott en E.A. Wilson in november 1902 tijdens een eerste poging de Zuidpool te bereiken, uit: The Voyage of  the Discovery, Londen 1905 (Teylers Museum).

 

Drygalski vertrok met de Gauss uit Kiel op 11 augustus 1901. Hij wilde op land overwinteren, maar voor de kust van Kaiser Wilhelm II-land raakte de Gauss ingevroren. Wel ondernam hij in het volgende voorjaar sledetochten naar de wal, op slechts tachtig kilometer afstand. Zowel Scott als Drygalski zijn met een ballon aan een kabel opgestegen om hun omgeving vanuit de lucht te verkennen.

Van het bovengenoemde drietal hebben Nordenskjöld en de zijnen wel de meest bizarre avonturen beleefd. Zij vertrokken op 16 oktober 1901 met de Antarctic uit Göteborg. Nordenskjöld werd met een ploeg mannen afgezet op Snow Hill Island in de Weddellzee, achter het Antarctisch Schiereiland. De volgende zomer kwam het schip niet opdagen, zodat ze een tweede winter moesten blijven. De Antarctic slaagde er niet in de Weddellzee binnen te dringen. Drie mannen werden afgezet in Hope Bay, op het puntje van het schiereiland, om te proberen Nordenskjöld te voet te bereiken. Halverwege beklommen ze Vega Island. In de richting van Snow Hill zagen ze open water. Ze dachten dat de Antarctic daar dus toch zou kunnen komen, en gingen terug naar Hope Bay om op Nordenskjöld te wachten. Maar er gebeurde niets, zodat ook zij moesten overwinteren. Het volgende voorjaar togen zij opnieuw met sleden richting Snow Hill. Door stom toeval kwamen zij bij Vega Island een ploeg van Nordeskjöld tegen. Samen gingen ze terug naar Snow Hill.
Intussen was de Antarctic in het pakijs gekraakt en op 12 februari 1903 gezonken. De bemanning wist het nabijgelegen eiland Paulet te bereiken, om ook daar een overwintering te ondernemen, met een voorraad van 1100 doodgeslagen pinguïns. De volgende zomer wist kapitein Larsen met vier man in een sloep Hope Bay te bereiken, waar ze een bericht aantroffen dat het daar achtergelaten drietal onderweg was naar Snow Hill. Larsen ging er achteraan.

Inmiddels was het thuisfront knap ongerust en werd het Argentijnse schip Uruguay naar Snow Hill gestuurd. In november 1903 trof het daar de blij verraste Nordeskjöld aan, plus het drietal dat van Hope Bay was komen wandelen. Grote domper op de feestvreugde was dat de Antarctic spoorloos was. Wonderlijk genoeg arriveerde Larsen diezelfde avond, zodat alleen nog de achterblijvers op Paulet bevrijd hoefden worden.

Andere expedities uit diezelfde periode zijn de 1902-1904 Scottish National Expedition, met de Scotia, en de tochten van de Fransman Jean Charcot met de Français in 1903-1904 en de Pourquoipas? in 1908-1909.

Shackletons poging

Het heroïsche tijdperk wordt beheerst door de aanvallen op de zuidpool van Shackleton, Amundsen en Scott. Shackleton probeerde het als eerste na de mislukte poging van 1902. In november 1907 vertrok hij met de Nimrod uit Nieuw-Zeeland. Hij overwinterde op Ross-eiland en kwam de volgende zomer een heel eind. Op 9 januari 1909 moest hij op 88°23' zuiderbreedte, slechts 180 kilometer van de pool verwijderd, rechtsomkeert maken om nog een kans te maken het avontuur te overleven. Onder leiding van Douglas Mawson slaagde een ander team van deze expeditie er wel in op 15 januari 1909 de magnetische zuidpool te bereiken.

Amundsens en Scotts poging

Het drama rond Amundsen en Scott is maar al te bekend. Amundsen was in 1909 een noordpoolexpeditie aan het voorbereiden, maar toen hij hoorde dat Frederick Cook claimde in 1908 de noordpool bereikt te hebben, en dat Peary daar op 6 april 1909 in ieder geval in geslaagd was, was de lol eraf. Toen bekend werd dat Scott wilde proberen de zuidpool te veroveren, besloot Amundsen ook voor de zuidpool te gaan. Amundsen hield zijn gewijzigde plan angstvallig geheim, zowel voor Scott als voor zijn financiers en zijn bemanning. Amundsen zou zuidwaarts varen, zogenaamd om Zuid-Amerika te ronden en dan door de Beringstraat de Noordelijke IJszee binnen te gaan.

 

Scott aan het werk in zijn hut op Kaap Evans, 1911 (Scott Polar Research Institute, Cambridge)

 

Amundsen vertrok met de Fram uit Noorwegen in augustus 1910. Bij Madeira maakte hij zijn gewijzigde plan bekend. Amundsen overwinterde in een inham in de Ross IJsbarriere, de Bay of Whales, oostelijker dan Ross-eiland waar Scot zou zitten, en bijna 100 km dichter bij de pool. Amundsen bouwde een basissation bovenop het ijsplateau en gebruikte de zomermaanden om voedseldepots uit te leggen op de poolroute. Scott vetrok met de Terra Nova in november 1910 uit Nieuw-Zeeland om op Ross-eiland te overwinteren. Ook hij gebruikte de zomer om depots uit te leggen, terwijl anderen verkenningen uitvoerden in westelijke en oostelijke richting. De oostelijke ploeg had een pijnlijke ontmoeting met de Fram.

 

Amundsen en zijn bemanning met sneeuwbrillen tijdens de poolexpeditie 1910-1912 in hun basiskamp Framheim aan de rand van het Ross Plateau

 

De afloop is bekend. Amundsen won. Hij vertrok op 8 september 1911 uit het basiskamp, bereikte de pool op 14 december en keerde veilig terug.

Roald Amundsen en vier anderen bereikten op 14 december 1911 de Zuidpool.

 

Scott bereikte de pool op 17 januari 1912, met Evans, Oates, Wilson en Bowers, en vond daar de Noorse vlag. Gedesillusioneerd keerden zij terug en kwamen in extreem slecht weer terecht. Evans stierf halverwege op 18 februari, Oates stierf vlak bij huis op 17 maart en Scott, Wilson en Bowers nog net iets dichter bij huis op 31 januari, op slechts achttien kilometer afstand van een voedseldepot dat ze niet konden bereiken.

 

De vijf leden van Scotts expeditie poseren bij de Zuidpool, een maand na aankomst van de Noren. V.l.n.r. Oates, Bowes, Scott, Wilson en Evans, 18 jauari 1912 (Scott Polar Research Institute, Cambridge)

Minder bekende pogingen

In de schaduw van Scott en Amundsen zijn twee expedities betrekkelijk onopgemerkt gebleven: van de Duitser Filchner met de Deutschland, en de Japanner Shirase met de Kainan Maru.

Filchner vertrok in mei 1911 uit Bremerhaven om op het ijs in de Weddellzee te overwinteren. Helaas kalfde het gedeelte waar hun hut op was gebouwd plotseling af. Vervolgens vroor de Deutschland in, zodat een onvrijwillige overwintering aan boord volgde. De Kainan Maru vertrok in december 1910 uit Japan naar de Ross-zee, maar kon daar door slecht weer niets uitrichten en week uit naar Sydney. Daar werden ze uitgehoond. Gorilla's horen in het bos thuis, niet tussen het ijs! Het jaar daarop had Shirase meer succes. In de Bay of Whales ontmoette hij de Fram.

Tezelfdertijd was Mawson bezig 3200 km antarctische kust ten zuiden van Australië te verkennen. Mawson vertrok met de Aurora op 2 december 1911 uit Hobart, ook weer om eerst te overwinteren. Mawson ondernam met Mertz en Ninnis een betrekkelijk eenvoudige sledetocht, die dramatisch afliep. Ninnis verdween met zijn slede met alle voorraden in een peilloze gletsjerspleet, zodat Mawson en Mertz vrijwel zonder uitrusting moesten proberen thuis te komen. Mertz stierf onderweg aan de ontberingen en Mawson overleefde het avontuur ternauwernood. Mawson trof in het basiskamp zes achtergebleven mannen aan die naar hem zouden gaan zoeken, maar de Aurora was vertrokken en als een stip aan de horizon te zien. Er was radiocontact, maar het schip kon door ijsgang niet meer terugkomen. Mawson moest nogmaals overwinteren.

Shackletons tocht met de endurance

De legendarische tocht van Shackleton met de Endurance (1914-1917) is de laatste in de heldenreeks. Hij wilde in de Weddellzee aan land gaan en met sleden via de zuidpool naar de Ross-zee lopen. De Endurance raakte vast in het ijs, dreef door de winternacht doelloos rond, werd gekraakt en zonk. Shackleton slaagde er met zijn voltallige bemanning in Elephant Island te bereiken en ging hulp halen door met een paar man in een minuscule sloep, de James Caird, de barre zuidelijke oceaan over te steken naar Zuid-Georgië. Daar moest hij in een onmenselijke bergtocht van drie dagen, zonder slapen en zonder uitrusting, over het eiland trekken om bij de bewoonde wereld te komen.

De Endurance gevangen in het ijs.  In oktober 1915 was de bemanning gedwongen het schip te verlaten (Scott Polar Research Institute, Cambridge)

 

Shackleton met vijf expeditieleden in een walvissloep op weg naar Zuid-Georgië om hulp voor de overige bemanningsleden leden te halen.

 

Shackletons tocht met de Endurance en de redding van zijn bemanning van Elephant Island is misschien wel het mooiste, meest heroïsche verhaal uit de zuidpoolgeschiedenis, maar het markeert tevens het einde van deze periode. Dat komt omdat er naast exploratiedoelen bij deze reis een nieuw element naar voren komt dat we bij later pooltochten vaak terugvinden: de ongeëvenaarde sportieve prestatie.

Auteur: dr. Albert Beintema (Alterra)