Home

Op weg naar het echte Antarctica

De expedities van de Brit James Cook luidden het begin in van het echte verkennen van Antarctica. Hij werd in 1772 op pad werd gestuurd met de Resolution en de Adventure om het Zuidland te zoeken. Eerder had hij Nieuw-Zeeland en de oostkust van Australië verkend.

Er is een aardige roddel verbonden aan deze expeditie. Tijdens Cooks eerste reis had Joseph Banks in het Zuidzeegebied planten en vogels verzameld. Banks zou weer mee, maar nam geen genoegen met het onderkomen aan boord. Hij eiste ruimte voor dertien man personeel, waaronder twee hoornblazers om hem onderweg te vermaken. Daarvoor moest een opbouw op het schip geplaatst worden, waardoor het volgens Cook niet meer zeewaardig was. Hoog oplopende ruzie leidde ertoe dat Banks thuisbleef en de Resolution in oorspronkelijke staat werd hersteld. Banks zou onderweg, op Madeira, nog een metgezel oppikken. Cook heeft die niet ontmoet, want kort voor de aankomst op Madeira, was hij/zij vertrokken. Volgens Cook wees alles erop dat het om een als man verklede vrouw ging.

De Resolution neemt ijs aan boord tijdens Cooks tweede reis (1772-1775), uit: James Cook, A voyage   towards the South Pole, dl. I, 1777 (Teylers Museum).

 

Op 17 januari 1773 passeerde Cook als eerste de zuidpoolcirkel. Gedurende drie opeenvolgende zomerseizoenen volgde Cook het pakijs naar het oosten, tussendoor overwinterend in warmere streken, tot hij helemaal rond was. Hij had aangetoond dat er geen warm Zuidland was, en dat er, zo je er al bij kon komen, alleen maar barre ellende te verwachten was.

Na Cook volgde bijna een halve eeuw expeditiestilte. Wel waren rond 1790 honderden walvisvaarders en robbenjagers actief in het zuidpoolgebied, maar wat die gezien hebben, is angstvallig voor de concurrentie geheim gehouden.

In 1819 ontdekte de Engelsman Smith de Zuid-Shetlandeilanden. In hetzelfde jaar ging de Rus Thaddeus von Bellinghausen op pad, die als eerste - onvrijwillig, ingevroren - in het zuidpoolgebied overwinterde. Volgens de Russen zag hij in januari 1820 de met ijs bedekte bergen van het vasteland, hoewel hij dat zelf niet als zodanig gemeld heeft. Het jaar daarop, in januari 1821, ontdekte hij Peter I-eiland en een stuk vasteland, dat hij Alexander I-land noemde, maar dat later ook een eiland bleek te zijn.

De Engelsman Bransfield zag in januari 1820 eilanden en vastelandskust rond de tip van het Antarctisch Schiereiland, dat hij Grahamland doopte. Vreemd genoeg beweren de Amerikanen dat hun landgenoot Palmer het continent heeft ontdekt in november 1820, een zomer later dan Bransfield. Of zij moeten volhouden dat Bransfield alleen eilanden zag. Op Amerikaanse kaarten heet het Antarctisch Schiereiland in ieder geval Palmerland.

Er volgden nog ontdekkingsreizen van de Britten Weddell (1823), Biscoe (1831) en Ballény (1838), de Amerikaan Wilkes (1838-1840) en de Fransman Dumont d'Urville (1837-1840), allemaal namen die we op de kaart terugvinden. Dumont d'Urville heeft zijn vrouw vereeuwigd door Adélieland naar haar te noemen. Haar naam leeft eveneens voort in de koddige Adéliepinguïn.

Negentiende-eeuws poolonderzoek kreeg een nieuwe impuls door het werk van de Duitse natuurkundige Gauss, die het aardmagnetisch veld wiskundig modelleerde, waardoor hij de positie van de magnetische polen kon voorspellen. Dat leidde in 1840 tot drie concurrerende pogingen de magnetische zuidpool te bereiken, door Dumont dUrville, Wilkes en Ross. Alledrie faalden.

 In januari 1841 brak James Clark Ross met de Erebus en de Terror in de later zo genoemde Ross-zee glansrijk het zuidelijkterecord. Zijn meest bizarre ontdekking was een enorme ijsmuur, 45 tot 60 meter loodrecht uit zee oprijzend en helemaal vlak van boven. Ross zeilde er 200 mijl langs, zonder een gaatje te vinden. Dit was het front van de reusachtige plaat schelfijs, die, gevoed door honderden gletsjers uit het achterland, langzaam noordwaarts schuift en door afkalving de voor de zuidpool zo karakeristieke tafelijsbergen produceert. Zonder het te beseffen ontdekte Ross de meeste geschikte toegangspoort naar het binnenland. Aan het westelijke uiteinde van de ijsmuur ligt Ross-eiland, door een smalle zeestraat, McMurdo Sound, gescheiden van het continent. Juist hier bevindt zich een plek waar het relatief gemakkelijk is bovenop het ijsplateau te komen. Dit is een populaire toegangspoort geworden voor zuidpoolwandelaars.

Hierna volgde een periode van relatieve stilte, waarin het afslachten van walvissen en zeehonden uiteraard wel doorging. Een op traan gerichte expeditie leidde in 1895 tot de eerste gedocumenteerde landing binnen de poolcirkel, op Kaap Adare, door de Noor Borchgrevink. Dit moment markeert het begin van een nieuwe fase, waarin heldhaftigheid de boventoon voerde.

Auteur: dr. Albert Beintema (Alterra)