Home

Het mytische Zuidland

Ongeveer 350 jaar voor Christus bedacht Aristoteles dat de wereld een bol was met een koude noordpool, de Arktos, genoemd naar het sterrenbeeld Grote Beer (het Griekse woord arktos betekent beer). De logica gebood dat er aan de zuidkant ook een pool moest liggen, Antarktos, de tegenbeer. Aristoteles dacht dat die zuidpool op een continent lag.

Na Aristoteles is eeuwenlang gefilosofeerd over een Zuidland dat warm was in plaats van koud. Daar zouden grote rijkdommen te halen zijn. Het Zuidlandconcept raakte gecontamineerd door speculaties over Atlantis, een weelderig, beschaafd continent dat volgens Plato (427-347 v.C.) voorbij de Zuilen van Hercules gelegen had, maar helaas was gezonken. Zuidland werd voor het eerst afgebeeld op een wereldkaart door Ptolemaeus (150 n.C.), die het Terra Australis Incognita noemde. Het zat vast aan Afrika en sloot de Indische Oceaan af.

De eerste kaarten

Kaart van Piri Reis, waarop Antarctica is getekend.

Met het Christendom zijn ketterse wereldbollen eeuwenlang platgeslagen. Tijdens de Renaissance doemen weer Zuidlanden op. De wereldkaart van Rosselli van 1508 vertoont een geloofwaardig Antarticus. In 1515 schetste Leonardo da Vinci een wereldbol met een zuidpoolcontinent. De Turkse admiraal Piri Reis tekende in 1513 een Zuidland met contouren die lijken op een ijsloos Antarctica. Hij verwijst naar oude kaarten, teruggaand tot Alexander de Grote, uit de beroemde bibliotheek van Alexandrië die helaas tijdens de kerstening geheel is verwoest. Charles Hapgood van de University of New Hampshire zag hierin bewijzen voor een prehistorische, hoogontwikkelde cultuur op een ijsvrij zuidpoolcontinent en schreef een geruchtmakend boek: Maps of the Ancient Sea Kings: Evidence of Advanced Civilization in the Ice Age (Adventures Unlimited Press, 1966).  Hapgood verwijst ook naar Oronce Finé, ofwel Oronteus (Orontius) Finaeus, die in 1531 een Zuidland tekende dat moeilijk te verklaren is zonder aan te nemen dat de contouren van Antarctica bekend waren. We lezen vaak dat Oronteus als eerste de term Terra Australis gebruikte. Die eer gaat in ieder geval naar Ptolemaeus, 1400 jaar eerder. Er zijn ook kaarten van Mercator (1538) en Gastaldi (1546), waarbij de laatste opvalt door een op de Weddellzee gelijkende inham in het Zuidland. Misschien zijn delen van het zuidpoolgebied rond 1500 al door verdwaalde Portugezen gezien. Piri Reis citeert opmerkingen van Portugese Ongelovigen. Het grootste Zuidland vinden we op de wereldkaart in Theatrum Orbis Terrarum, de populaire atlas van Ortelius uit 1570.

De eerste ooggetuige

De eerste echte waarneming van het Zuidland komt van de Fransman Bouvet. Op 1 januari 1739 zag hij in een zee vol ijsbergen op 54° zuiderbreedte een kaap opdoemen, die hij Cap Circoncision noemde. Onder erbarmelijke weersomstandigheden probeerde hij twaalf dagen lang tevergeefs te landen. Bouvets zoektocht volgde op een verhaal dat al 200 jaar in Frankrijk rondzong. In het begin van de zestiende eeuw zou een door stormen afgedreven Gonneville in het verre zuiden zijn aangespoeld in een paradijs, waar blije mensen woonden die nog nooit van werken hadden gehoord (dat klinkt als Brazilië). Cap Circoncision bleek later een eiland te zijn en heet nu Bouvet.

In 1772 werd Yves-Joseph de Kerguélen-Trémarec erop uitgestuurd om het paradijs van Gonneville te vinden. Hij vond land in de zuidelijke Indische Oceaan, maar door zeer slecht weer slaagde hij er niet in te landen. Hij vertelde de gouverneur van Mauritius in geuren en kleuren over het vruchtbare land dat hij had aangetroffen. Pure fantasie. In 1773 werd Kerguélen met honderden kolonisten naar La France Australe teruggestuurd. De kolonisatie werd een catastrofe, want het land was onbewoonbaar, stormachtig en bitter koud. Kerguélen werd ontmaskerd als leugenaar, maar het (ei)land werd wel naar hem genoemd.

Op grond van de bevindingen van Bouvet produceerde Philippe Buache in 1739 een kaart met achter Cap Circoncision een geheel nieuw ontworpen Zuidland. De Buache-kaart is door Hapgoodianen omarmd, omdat ook hierop een ijsvrij Antarctica is te zien, met een door water gescheiden West- en Oost-Antarctica zoals wij dat nu uit sonarpeilingen kennen. Buache meende echter dat ijs alleen kon ontstaan door bevriezing van zoet water. De enorme ijsbergen die Bouvet zag, moesten dus ontstaan zijn in een zoete binnenzee in het Zuidland, met uitgangen naar zee. Het is jammer dat Hapgood en Erich von Däniken de handen niet ineen hebben geslagen. De kaarten van Piri Reis, Oronteus en Buache zijn vast gebaseerd op satellietbeelden, gemaakt door de astronauten die in prehistorische tijden in Peru zijn geland.

Auteur: dr. Albert Beintema (Alterra)