Home

De twintigste eeuw

In 1932-1933 doet Nederland weer mee aan het Internationale Pooljaar. Net als in het eerste internationale pooljaar wordt rondom de polen een aantal waarnemingsstations opgericht waar systematisch onderzoek naar aardmagnetisme en meteorologie gedaan wordt. Nieuw is dat ditmaal vliegtuigen worden ingezet om meteorologische waarnemingen op verschillende hoogten in de atmosfeer te doen.

Nederland vestigt een station in Angmagssalik in Oost-Groenland waar door vier stafleden gedurende veertien maanden onderzoek naar aardmagnetisme wordt gedaan. Bovendien wordt een aerologisch station nabij Reykjavik op IJsland gevestigd waar drie stafleden met twee vliegtuigen gedurende een jaar meteorologische waarnemingen doen. Beide initiatieven komen van het KNMI en worden financieel mogelijk gemaakt door geld van de nationale genootschappen en particulieren, ditmaal wel aangevuld met geld van de overheid.

De latere Nobelprijswinnaar Nico Tinbergen reist met de Nederlandse expeditie naar Angmagssalik mee om daar onderzoek te doen naar de ecologie en ethologie van sneeuwgorzen, grauwe franje poten en tapuiten. Voor het eerst wordt bij dit onderzoek niet alleen geÔnventariseerd en verzameld, maar ook geanalyseerd en verklaard. Nederland is door de deelname aan het tweede Internationale Pooljaar weer terug in het centrum van het poolonderzoek. Door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog heeft Nederland hier geen gebruik van kunnen maken.†

Nederlandse antarctische walvisvaart

Na de Tweede Wereldoorlog krijgt Nederland weer oog voor de zeeŽn rond de polen. Vreemd genoeg pakken we niet de draad van het wetenschappelijk onderzoek weer op. In de na-oorlogse wederopbouw† kijken we vooral met een commerciŽle blik naar de polen. In 1946 trekt Nederland weer ter walvisvaart. Deze keer aan de andere kant van de wereld, in de wateren rond Antarctica. Met een tot fabrieksschip omgebouwde tanker, natuurlijk Willem Barendsz geheten, en een aantal oude, van het buitenland overgenomen stoomjagers gaat de pas opgerichte Nederlandsche Maatschappij voor de Walvisvaart op jacht in de zuidelijke ijszeeŽn. In 1955 brengt de maatschappij een nieuw fabrieksschip, de Willem Barendsz II, in de vaart, maar in minder dan tien jaar is het afgelopen. De Willem Barendsz wordt in 1964 opgelegd en de quota worden uitgeleend aan Japan. In 1965 worden de schepen verkocht en de maatschappij opgeheven.

Een walvis wordt ontleed aan boord van een walvisvaarder

Auteur: Prof. dr. Louwrens Hacquebord (Arctisch Centrum, Rijksuniversiteit Groningen)