Home

De negentiende eeuw

De negentiende eeuw

Wanneer Nederland in de negentiende eeuw onafhankelijk wordt na de Franse overheersing kan het nationale eergevoel wel een oppoetsbeurt gebruiken. Hendrik Tollens schrijft een gedicht over de heroďeke overwintering op Nova Zembla. Het gedicht wordt in korte tijd zeer populair. De heldendaden uit de zestiende en zeventiende eeuw doen de belangstelling voor het poolgebied ontwaken. In dezelfde tijd beginnen door de vele buitenlandse poolexpedities Nederlandse geografische namen in het poolgebied van de kaarten te verdwijnen. Dat is voor velen moeilijk te verteren.

Terug naar de pool

Als de Noorse zeehondenjager Elling Carlsen in 1871 op Nova Zembla de resten van het Behouden Huys vindt is de belangstelling voor de Arctis weer helemaal terug. De tijd is dan rijp om Nederland daadwerkelijk weer in het poolgebied terug te brengen. In 1875 en 1876 neemt luitenant-ter-zee Laurens Rijnhart Koolemans Beijnen door bemiddeling van het bestuurslid van het, in 1873 opgericht Nederlands Aardrijkskundig Genootschap, de oud-marineofficier M.H. Janssen deel aan de Britse poolexpedities met het stoomjacht Pandora om poolervaring op te doen. Koolemans Beijnen brengt bij terugkeer verslag uit aan de minister van marine en geeft overal lezingen over zijn arctische avonturen.

Koninklijke belangstelling

Enthousiast geworden door de verhalen van Koolemans Beijnen vormen een aantal Haagse particulieren in 1877 onder voorzitterschap van Prins Alexander, de derde zoon van Koning Willem III, een Comité voor de IJszeevaart om geld in te zamelen voor de bouw van een Nederlands poolschip. In dit comité zitten behalve Prins Alexander ook de eerder genoemde Janssen, de hoofddirecteur van het in 1854 bij Koninklijk Besluit opgerichte Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut prof. dr. C.H.D. Buys Ballot en de voorzitter van het Nederlands Aardrijkskundig Genootschap P.J. Veth.

Zuinige overheid

Omdat de Nederlandse overheid geen subsidie wil geven, slaagt het Comité voor de IJszeevaart er niet in genoeg geld in te zamelen om een modern stoomschip te laten bouwen en dus besluit men een  houten schoener te bouwen. Het zeilschip wordt Willem Barents genoemd. Met hulp van de marine en het KNMI worden door de Willem Barents tussen 1878 en 1884 zeven zomerexpedities naar de Noordelijke IJszee georganiseerd. Tijdens de expedities is, naast het bezoeken van Nederlandse historische plaatsen en het plaatsen van gedenkstenen, een wetenschappelijk programma uitgevoerd op het gebied van de meteorologie, oceanografie, zoölogie en aardmagnetisme. Het wetenschappelijk onderzoek is geheel naar de gewoonte van de tijd, nogal inventariserend van aard. Veel natuurwetenschappelijke gegevens zijn door het Aardrijkskundig Genootschap en het KNMI gepubliceerd. De zoölogische gegevens zijn uitgegeven in de Bijdragen tot de Dierkunde. 

Buys Ballot

In Amerika begint men in de jaren veertig van de negentiende eeuw met het systematisch verzamelen van wetenschappelijke gegevens op het gebied van de oceanografie en meteorologie. Gegevens over zeeijs, zeestromen, watertemperatuur, luchtdruk, windrichting en luchttemperatuur worden maandelijks verwerkt in speciale kaarten de zgn. pilot charts. Om deze kaarten te verbeteren worden tijdens alle Amerikaanse zeereizen gegevens verzameld. Om ook andere landen voor deze aanpak te interesseren worden conferenties belegd en afspraken over internationale samenwerking gemaakt. Ook Nederland doet daaraan mee. Vooral de hoofddirecteur van het KNMI, prof.dr. C.H.D. Buys Ballot, zet zich in voor ínternationale samenwerking. Hij probeert vooral methode en niveau van waarneming te standaardiseren zodat de internationale gegevens vergelijkbaar zijn.

Het eerste Internationale Pooljaar

In 1879 wordt in Hamburg een eerste internationale poolconferentie gehouden, waar afgesproken wordt een Internationaal Pooljaar te organiseren. Gestimuleerd door de Oostenrijker Karl Weyprecht besluiten de deelnemende landen een netwerk van waarnemingsstations rondom de Noord- en Zuidpool te vestigen, waar gedurende de winter van 1882-1883 systematische, gelijksoortige en gedurende langere tijd waarnemingen worden gedaan op het gebied van meteorologie, oceanografie en aardmagnetisme.

Nederland langs de zijlijn

Buys Ballot is meteen enthousiast en wil dat Nederland mee gaat doen met dit plan. Nederland blijkt er helaas niet klaar voor te zijn. De overheid voelt er weinig voor subsidie te verlenen en als ook het bestuur van de inmiddels opgerichte Willem Barents Vereniging besluit om de schoener niet voor het Internationale Pooljaar in te zetten, besluit Buys Ballot zelf geld in te zamelen om daarmee een schip te charteren. Met het Noorse stoomschip de Varna gaat de Nederlandse Noordpool Expeditie op weg naar Dickson Haven in Noord-Siberië. Het schip raakt echter vast in het ijs van de Karazee en het onderzoeksteam is gedwongen een groot deel van de waarnemingen op het ijs uit te voeren. In het voorjaar worden de expeditieleden door de uitgestuurde reddingsschepen van het ijs gehaald. Er worden daarna met weinig wetenschappelijk succes nog drie reizen met de Willem Barents georganiseerd. In 1885 komt een einde aan de eerste meerjarige Nederlandse onderzoeksinspanning in het poolgebied. Er wordt nog wel een aantal pogingen ondernomen om Nederlandse onderzoekers aan buitenlandse poolexpedities te laten deelnemen. Maar het lukt niet. Nederland staat aan de zijlijn op een moment dat er in het buitenland niet alleen verwoede pogingen worden ondernomen om de geografische polen te bereiken, maar ook belangrijke wetenschappelijke expedities worden georganiseerd.

De Belgen redden de lage landen

Eén van die wetenschappelijke expedities wordt door onze zuiderburen georganiseerd. In de jaren 1897-1899 onderneemt België onder leiding van Adrien de Gerlache met de Belgica een expeditie naar het zuidpoolgebied. De Koninklijke Belgische Vereniging voor Aardrijkskunde is door de Gerlache, die secretaris-generaal van de vereniging is, nauw bij het initiatief betrokken. Net als in Nederland wordt een inzamelingsactie gehouden, maar anders dan in Nederland, is de Belgische regering wel bereid middelen ter beschikking aan het comité te stellen. Er wordt een schip gekocht en uitgerust. De vereiste wetenschappelijke apparatuur wordt aangeschaft en het benodigde personeel geworven.

Adrien de Gerlache, leider van de Belgica-expeditie, 1897-1899 (Archives Gaston de Gerlache, Brussel)

Als de Belgica vertrekt zijn naast de expeditieleider de Gerlache, zijn tweede man Georges Lecointe en de Noor Roald Amundse en elf andere bemanningsleden vijf onderzoekers aan boord: de Belg Emile Danco voor de geofysica en het geomagnetisme, de Pool Henryk Arctowski voor de oceanografie, geologie, chemie en meteorologie, de Pool Antoni Dobrowolski voor de zoölogie, de Roemeen Emile Racovitza voor de botanie en zoölogie en de Amerikaan Frederick Cook voor de geneeskunde, fysiologie en fotografie aan boord.

In de zomer van 1898 verkennen ze een deel van Grahamland waarbij een wetenschappelijk onderzoeksprogramma wordt uitgevoerd. Vervolgens trekken ze oostwaarts de Bellingshausenzee in, waar ze zich door het pakijs laten insluiten om te overwinteren. Tijdens de overwintering worden veel meteorologische gegevens verzameld, waarvan veel expedities na hen gebruik van zullen maken.

Temperatuurmetingen onder het ijs tijdens de Belgica-expeditie, 1897-1899 (Archives Gaston de Gerlache, Brussel)

De mannen aan boord worden door scheurbuik gekweld en lijden ernstig aan bloedarmoede. Ze overleven door zeehonden en pinguďns te eten. Na meer dan twee jaar weg geweest te zijn komt de Belgica op 5 november 1899 beladen met monsters en wetenschappelijke gegevens in Antwerpen terug. Het duurt veertig jaar eer de gegevens van deze eerste wetenschappelijke expeditie, die in Antarctica overwinterde, zijn verwerkt en gepubliceerd. Na de Antarctica-expeditie maakt de Belgica in de jaren 1905-1909 nog drie oceanografische reizen naar de Arctis voor de Hertog van Orléans maar dan neemt ook in België de belangstelling voor poolonderzoek af. 

Auteur: Prof. dr. Louwrens Hacquebord (Arctisch Centrum, Rijksuniversiteit Groningen)