Home

Paard - net niet compleet

Een paard is geen jager maar een grazer. In het wild, op de steppen, leeft hij in grote kuddes. Daarvoor zijn z'n grote ogen uitstekend toegerust. Kijken in de ruimte vraagt om groothoeklenzen, om ogen waarmee je bijna 360 graden om je heen kunt kijken. Het paard komt ongeveer 40 graden te kort. Daardoor kan hij als hij rechtop staat en vooruit kijkt net niet het puntje van zijn staart zien. Maar met een kleine beweging van zijn kop en hals lukt dat wel.

Paarden kunnen dus perfect vooruit, opzij en naar achteren kijken. Dat is noodzakelijk om de omgeving scherp in de gaten te kunnen houden. Nadert in de verte een roofdier, dan slaan ze meteen op de vlucht. Hoewel paarden geen nachtdieren zijn, kunnen ze dankzij hun grote pupillen 's nachts redelijk zien.

Uit: Grasduinen, januari 2001. Tekst: Jan Hopman.

Meer informatie over paarden en pony's >