Home

Ringslang - geurplaatjes

Net als veel van zijn soortgenoten is de ringslang (Natrix natrix) behoorlijk bijziend. Zijn zicht blijft beperkt tot minder dan dertig centimeter, hij kan zijn ogen nauwelijks in de kassen bewegen en met het zien van diepte is het ook matig gesteld. Dus kijkt de ringslang op een totaal andere manier: met gevoelige zintuigcellen in tong, neus en verhemelte ruikt en proeft hij de omgeving. Zijn gespleten beweeglijke tong fungeert hierbij als antenne. Op deze manier wordt de omgeving in kaart gebracht.

Er zijn enkele tropische ratelslang- en addersoorten die hun prooi met warmtezintuigen opsporen. In kleine groeven tussen de ogen, neusgaten en rondom de bek zitten infraroodsensoren waarmee ook in het duister prooien kunnen worden opgespoord.

Uit: Grasduinen, januari 2001. Tekst: Jan Hopman.

Meer informatie over de ringslang >