Home

Schade aangebouwen door bodemdaling

Bodemdaling kan grote schade toebrengen aan gebouwen. De ernst van de schade is afhankelijk van een groot aantal factoren, waaronder de kwaliteit van de fundering, de opbouw van de ondergrond en uiteraard ook de bouwwijze.

Scheur in een muur, veroorzaakt door verzakking van de bodem.

Schaal van de verzakking

Of een gebouw beschadigd wordt door verzakking van de bodem is vooral afhankelijk van de schaal waarop verzakking plaatsvindt. Verzakking van de bodem heeft nauwelijks invloed op een gebouw als zij gelijk is over het gehele funderingsoppervlak. Ook een beperkte scheefstand is meestal zonder enig gevolg. Bodemdaling zal wel tot schade kunnen leiden, als zij ongelijkmatig is en daardoor leidt tot kromming van het gebouw.

Vorm en afmeting van het gebouw

Hoe een gebouw op ongelijkmatige daling reageert is afhankelijk van de vorm en afmetingen van het gebouw, de materialen waaruit het is gebouwd en de wijze waarop het is gefundeerd. Zo zal een kort gebouw minder invloed ondervinden dan een lang gebouw en zal een gebouw van gewapend beton minder snel scheuren dan een gemetseld gebouw. Ook het type fundering is belangrijk. Gebouwen die op palen zijn gefundeerd hebben meestal veel minder last van samendrukking van de bovenste bodemlagen. Immers, de massa van het gebouw wordt voornamelijk door de diepere lagen aan de basis van de funderingspalen gedragen.

Rekenmodellen

De effecten van ongelijkmatige bodemdaling worden onderzocht met rekenmodellen. In zulke modellen wordt de krachtwerking van de fundering en van de gevels van het gebouw zo goed mogelijk nagebootst. In deze modellen wordt rekening gehouden met het brosse gedrag van stenen bouwmateriaal en de variatie in sterkte van het materiaal. Als zulk materiaal scheurt, is het niet meer in staat om krachten op te nemen en zullen de krachten op een andere manier moeten worden overgedragen. Dergelijke berekeningen zijn gemaakt voor kenmerkende Nederlandse bebouwing, zoals boerderijen en rijtjeswoningen.

De volgende figuren geven een beeld van de doorgerekende gebouwen en van de spanningen in de voorgevel van rijtjeswoningen en tonen enkele mogelijke schadebeelden in metselwerk.

Voorbeeld van een rekenmodel voor een voorgevel, ter bepaling van de invloed van ongelijkmatige zakkingen. Hoe groter de pijltjes, des te groter de spanning en des te groter de kans op schade aan de gevel.

Relatie tussen intensiteit en de kans op schade aan gebouwen door geÔnduceerde aardbevingen in Noord-Nederland. Bij zeer lage intensiteiten wordt de kans op schade gedomineerd door omstandigheden in het gebouw. Dit wordt wel de autonome kans op schade genoemd.


Rekenmodellen worden bijvoorbeeld gebruikt om te bepalen wat de kans op schade is ten gevolge van ongelijkmatige bodemzakking ten gevolge van grondwaterstandverlaging. Zo worden toelaatbare grondwaterstandverlagingen vastgesteld. Om schade aan gebouwen door grondwaterstandverlagingen te voorkomen, zal in gebieden met bodemdaling dan ook een peilbeheer gevoerd moeten worden, dat de bodemdaling zo nauwkeurig mogelijk compenseert.