Home

Gevolgen van bodemdaling

Bodemdaling heeft verschillende gevolgen. Door verandering van waterhuishouding kan schade aan gebouwen optreden. Grote verzakkingen kunnen doorzetten tot aan het aardoppervlak, waardoor grote gaten ontstaan.

Instorting boven een zoutholte in Twente.

Schade aan funderingen

Wanneer de bodem gelijkmatig zou zakken is er voor de gebouwen in eerste instantie niet zoveel aan de hand, al neemt het evenwichtsdraagvermogen van de grond wel af bij gelijkblijvende grondwaterstand. Dit kan gevolgen hebben voor funderingen op staal (zonder palen). Men krijgt meer last van optrekkend vocht en natte kelders. Om dit te corrigeren kan het waterpeil kunstmatig worden verlaagd. Hierdoor kunnen bijvoorbeeld houten funderingpalen boven water komen en gaan rotten. Meestal zal de bodem niet gelijkmatig zakken. Doordat de ondergrond gevormd is in een rivieren- en getijdengebied is er ook in horizontale zin een sterke afwisseling van veen, klei en zand. Een oude waterloop heeft veenlagen plaatselijk weggespoeld, naast de waterloop liggen zandige oeverwallen en vlak daarachter is klei afgezet.

Deze variatie in de opbouw van de ondergrond maakt dat een gelijkmatige grondwaterstandverlaging ongelijkmatig inklinken kan veroorzaken, wat schade voor gebouwen tot gevolgen kan hebben. Voor ongelijkmatige grondwaterstandverlagingen geldt dit uiteraard nog sterker. Dit treedt bijvoorbeeld op bij het bemalen van een bouwput waarin een kelder of parkeergarage wordt geconstrueerd. Grondwater wordt hier heel lokaal weggepompt en dat geeft aanleiding tot een relatief groot verhang in de grondwaterstand. Bij bemalingen wordt dan ook scherp gelet op het voorkomen van schade aan de bebouwde omgeving.

Naast bodemdaling door compactie van klei- en veenlagen kan ook bodemdaling optreden doordat diepere lagen zakken tengevolge van de winning van aardgas of van zout. Bij aardgaswinning gaat het meestal om uitgestrekte gebieden van tientallen kilometers waardoor er aan het oppervlak geen sprake is van noemenswaardige ongelijke zakking. Een uitzondering zou kunnen optreden als de daling optreedt via in ondiepe ondergrond aanwezige breukvlakken.

De zakkingsverschillen zouden zich dan aan het oppervlak over relatief korte afstanden kunnen voordoen. Omdat echter de breuken in Noord-Nederland niet tot het aardoppervlak doorlopen worden hier geen grote zakkingsverschillen aan het oppervlak verwacht.

Instorting

Bij zoutwinning is de uitgestrektheid meestal veel geringer, terwijl de daling in het centrum meestal enige decimeters kan bedragen. Daardoor zijn de effecten op de randen van het gebied relatief groot. Plaatselijke instorting van een zoutcaverne (oplossingsholte) kan soms doorzetten tot aan het aardoppervlak; dit is in het verleden ook gebeurd.

Gevolgen voor de waterhuishouding

De indirecte gevolgen van bodemdaling op de waterhuishouding zijn groot. In Noord- Groningen is tot 1995 een bodemdaling van 20 cm opgetreden en verwacht wordt dat dit door de gaswinning nog zal verdubbelen. De gevolgen voor de waterhuishouding zijn ingrijpend omdat het oppervlak van het dalingsgebied zo groot is en de infrastructuur en waterbeheersingswerken meezakken.

Om de waterstand voor de daling te corrigeren moet langs de rand van het gasveld een apart polderpeil worden ingesteld. Dit vereist aanvullende waterwerken (sluizen, gemalen) en heeft invloed op de lokale grondwaterstand. Op sommige plaatsen zalhet grondwater hoger staan dan voorheen, op andere plekken weer lager. Het effect hiervan op een concreet gebouw hangt sterk af van de lokale ondergrond: waar klei en veen zit is het effect groter dan waar zand zit. Omdat de gevolgen zo ingrijpend zijn, wordt een deel van de aardgasopbrengsten besteed aan preventieve maatregelen. Behalve wateroverlast kan bodemdaling nog andere nadelige effecten hebben: plaatselijk vernatting of verdroging van de ondergrond, verzilting door toenemende kwelstroming en verstoring van het natuurlijke evenwicht in de vogelstand en visstand. Recente studies geven aan dat deze laatste effecten klein zijn.